Nutteloze, maar dierbare zaken

 Naar de onderkant van de pagina.

Nu ik geen tuin meer heb om over te schrijven moet ik iets anders verzinnen. De verhuizing gaf me de inspiratie.

Als je verhuist komen zowat alle dingen die je hebt door je handen en het is verbazingwekkend hoeveel van die dingen je heel goed zou kunnen missen. Er zijn echter allerlei redenen, om niet al die misbare zaken trachten te verkopen, weg te geven, naar de kringloop te brengen, want ze zijn om een of andere reden dierbaar: gekregen van lieve vrienden, van je kinderen, verliefd op geworden bij een bijzondere vakantie, zeg maar wat. 

Genoeg redenen, genoeg verhalen! Daar gaan we:
 
In 1989 gingen Ko en ik voor het eerst naar Zimbabwe.  Ik was al jaren Afrika fan, voor Ko was het 'pas' de tweede keer Afrika. Ongelofelijk leuk was een trip van 3 dagen, waarin we naar verschillende plekken vlogen. Alleen het vliegen zelf  was al erg de moeite waard. We wachtten aan de rand van een landingsbaan van een vliegveld(je) ergens op ons vliegtuig - zonder paspoorten of controles - stapten in  en gingen er bij de volgende landing weer uit ... 
Een van de stops was uiteraard bij de beroemde watervallen. We logeerden in Victoria Falls Hotel, uiterst comfortabel. Natuurlijk waren de watervallen al geweldig, maar wat ik me van het verblijf heel goed kan herinneren als bijzonder, is, dat er 'springhazen' - nachtdieren - in de tuin waren en die heb ik maar één keer gezien. Dáár. 

Bij elke lodge is altijd een winkeltje en in het winkeltje daar deze beeldjes van giraffen. Er was ooit ook een zebra, maar die is al een tijdje geleden definitief gesneuveld. De giraffen zijn ook vaak gerepareerd, dan weer een poot en vanmorgen nog een oor. Van giraf rechts is het linkeroor weg  ...
Je ziet overal in subsahara Afrika heel veel beeldjes van dieren; deze springen er uit van 'mooi gemaakt'. Ze mogen nog even blijven!

Als kind droomde ik van giraffen in het wild zien. Die droom is ruimschoots in vervulling gegaan.
  
  

Ik werd in januari 1938 geboren. Voordat het zo ver was moesten mijn vader en moeder al een gigantische verhuizing regelen: Mijn vader zou n.l. voor zijn werk 2 jaar naar Indië moeten. Ik ben net verhuisd en dat viel niet mee, mijn ouders hadden al 5 kinderen en de 6e kwam eraan en zij moesten met hun hele hebben en houwen met de boot naar Indië. Hele hebben en houwen is niet correct, hun huis werd gemeubileerd verhuurd.
Die verhuizing werd in alle waarschijnlijkheid langdurig voorbereid, maar ik weet geen details. Een van de maatregelen die mijn ouders namen was, dat er een kinderjuffrouw in dienst werd genomen, Annie de Koning, en ik meen dat zij 26 jaar oud was toen zij, nog voor mijn geboorte, bij de familie kwam werken. Ze was onderwijzeres, maar er was blijkbaar een te veel aan onderwijskrachten en ze kon in haar vak geen baan vinden. Dit alles is 'hearsay'. 
Ze was niet bang uitgevallen, deze Annie, want het is nog wel iets: met een onbekende familie, met o.a. teenagers en een baby op komst, voor 2 jaar naar Indië!
Op de foto hierboven, 1939 of 1940, ergens 'in de bergen': links mijn moeder, dan Magda, mijn vader met Trees, mijn broer Robert, 'Juffie' met mij op schoot en dan nog Paula. Els, mijn oudste zus, staat niet op de foto, en Kees zou later het gezin complementeren. Foto van een stokoud kiekje en dus bijzonder slecht!
Ik herinner me niet anders, dan dat ik dol was op Juffie en Juffie op mij. Herinneringen zijn er nauwelijks, maar in mijn geheugen gegrift: met de trein met Juffie naar familie van haar en onderweg een broodje met rookvlees. Ik weet ook nog, dat ik met Juffie naar de pasar ging en dat we er een lemper aten en die kostte een gobeng. Lemper is een hapje van kleefrijst met een lekkere vulling van kip, verpakt in bananenblad en een gobeng was een geldstuk van 2 1/2 cent. 
In 1942 gingen we met z'n allen, behalve mijn vader die elders geïnterneerd werd, het kamp in. Inmiddels was er nog een broertje bij: Kees.

Juffie leerde me breien!! Juffie was namelijk een geweldige handwerkster en maakte o.a. frivolité, ingewikkeld met een 'schuitje', kantachtige randjes om zakdoeken b.v. Zij maakte dit kraagje, op pennen 1 of 1 1/2. 
Heel veel later, jaren 80, had ik een prachtige, zwarte jurk, uit de tweede handswinkel van ambassades in Wassenaar en die droeg ik altijd met kerst als ik in de kerk lector was. Met dat kraagje en een superieure broche. Tot ik middelbaar werd en maat 38 me niet langer paste. Het kraagje is zeker 75 jaar oud, ik doe er niks mee, maar denk aan Juffie, van wie ik zo veel gehouden heb, als ik het zie.
Ik heb ook mijn leven lang met veel plezier gebreid.
  
  
Waarmee de belangstelling voor blauw glas begonnen is kan ik me niet herinneren. Al in Oegstgeest had ik een paar blauwe potten, rond 1970. Toen Ko en ik nét eigenaar waren geworden van Nassaulaan 72, begin jaren 90, kocht ik het trosje druiven als eerste aankoop voor het nieuwe huis. 

Ik zag het helemaal voor me : op een glazen plaatje in het keukenraam. Ik zou het nu zonder hartzeer kunnen missen.

Deze blauwe fles niet! Ik kreeg hem van Tinka en het verhaal erbij verwondert me nog altijd. 

Ze kwam - in Amsterdam!!! - langs de etalage van een soort antiquair - de Looier of zo -  zag daar deze fles, ging naar binnen en zei tegen de verkoper: 'Die wil ik voor mijn moeder. Kunt u hem voor me apart zetten? Want ik heb geen geld bij me'. 

Waarop de verkoper - in Amsterdam!!! - tegen haar zei: 'Neem maar mee en kom hem later maar betalen'. 

 

Als ze een goede bekende was geweest, OK, maar verkoper en Tinka hadden elkaar niet eerder ontmoet. Ik herinner me dat Tinka zelf verbijsterd was over het vertrouwen van de antiquair. 

Later had ik een hele verzameling. Er moest een exemplaar weg bij aanschaf van een nieuwe vondst. In Frankrijk stond de verzameling prachtig in de koof om de houtkachel, maar ná Frankrijk kwam de klad erin. 
  
  
Begin '64 trouwde ik met Guus. Zijn moeder, een deftige Haagse dame, met wie ik helemaal niets gemeen had, nam mij voor het huwelijk mee naar de Bonnetrie om lingerie voor de huwelijksnacht aan te schaffen ...Ik ben nooit meer in een sjieke winkel als de Bonnetrie geweest en, jammer genoeg, was ik indertijd te vol van mezelf om de gebeurtenis ten volle te kunnen waarderen. Mama Collée ging mee het pashokje in om te kijken hoe ik eruit zag, maar evenzogoed kreeg ik een werkelijk prachtig nachtponnetje van beeldige roomwitte mousseline met van die wit/blauwe broderie kantjes, helaas teloor gegaan in Nigeria, en een set van een babydoll, meer dan hip in die tijd, met bijbehorend negligé, zachtblauw met bloemetjes.
Ik heb nog altijd de top van de babydoll, gesmockte pas met Valenciennekantjes, want slechts gehuld in dit minimale, functionele kledingstuk heb ik onze 3 dochters gebaard. En wat waren dat hoogtepunten in mijn bestaan. Ik heb nooit zo veel bezwaar gehad tegen bevallen en de resultaten mochten er wezen ook. 

Je kunt nauwelijks meer zien dat het ooit lichtblauw met bloemetjes was. Bodemhelft en negligé zijn met de tijd verdwenen, maar in de top wil ik eventueel wel uit het leven afgevoerd worden!

Wat een arrogante meid was ik toen. Mijn schoonmoeder deed enorm haar best en zij kon niet helpen, dat ik het niet zo zag zitten met deftige dames. Het hoort bij de spijt van je oude dag: ik ben daar enorm tekortgeschoten. 

Ik kreeg ook eens 'n praktisch kookboek van haar. Voor het geval dat ik zwezerik zou willen klaarmaken of kwarteleitjes ...

   
  
In 1987 gingen Ko en ik samen naar subsahara Afrika. We reisden met een groep biologen. Wat een heerlijke reis! Ik vergeet trouwens nooit de eerste reactie van Ko, toen we, net aangekomen in Arusha, in een busje naar ons verblijf voor de komende nacht - Momella, en daar hoort weer een heel ander verhaal bij - reisden. Volgens mij reden we nog op asfalt- meestal hield dat in dat deel van Afrika een paar kilometer van het vliegveld op! - met, zoals dat is in de tropen, links en rechts gras, een slokan (Indonesische benaming voor de greppel voor waterafvoer bij hevige regen) en een uitgesleten voetpad en daar lopen ALTIJD mensen. Ko zat geboeid naar buiten te kijken en verzuchtte toen: 'Alle mensen zijn hier zwart!'. 
Op deze reis waren we meer dan eens in Arusha. We waren al een tijdje onderweg en hier gingen we koffiedrinken of  zo en konden we even de stad in. We troffen een in onze ogen bejaarde Maasaidame, die souvenirs trachtte te slijten, w.o. deze tabakskoker. We vonden hem leuk, maar iets kopen gaat zomaar niet! De verkoper vraagt b.v. 600iets en jij begint te lachen en zegt: kom op zeg, 60 is meer dan voldoende betaald, waarmee het handelen begonnen is! 

We waren nog niet heel ver gevorderd in het loven en bieden - zij 400, wij 120 of zo, ik verzin maar wat - toen we moesten doorreizen, jammer, maar helaas!

Wij gingen weer een heel andere kant op , maar kwamen een dag of 10 later terug in Arusha. Nog even gauw de stad in en daar kwam onze Maasaidame aansnellen: '400!' riep ze en dat leidde uiteindelijk tot een prijs. Hij rook naar Maasai, deze koker, maar nu niet meer. Het gebruik van dit soort kraaltjes is een soort van kenmerk van dit bijzondere volk.

Ik besef nu, wat een geluksvogel ik ben geweest: ik heb dat deel van Afrika gezien, zoals het 50 jaar geleden was. De lemen hutjes met een dak van blad en een brandschone was aan de lijn buiten. Vrouwen die hun baby's op hun rug droegen. De fiere Maasai 'moran', de jonge krijgers en trotse elite van de Maasai, ingesmeerd met terra/rode klei, inclusief hun haar, een rode lap om hun schouders, speer in de hand. De laatste keer dat we Maasai zagen zaten ze op een fiets, met een geruite lap om, wel met hun speer, maar ook een telefoon (Mto wa Mbu, 2010). De giraffen, leeuwen en olifanten in b.v. Tanzania zijn nog net als vroeger, maar de prachtige, schilderachtige mensen zijn inmiddels min of meer buiten beeld. Ik kon op internet nergens een foto naar mijn smaak van een mooie moran vinden.

 
Verplichte cadeautjes, wat een slecht idee. Ko en ik hebben het geven/krijgen van cadeautjes bij verjaardagen  al een hele tijd geleden afgeschaft. Kerst was hier nooit een feest met geschenken, Sinterklaas is ook al een hele tijd geleden aan de horizon verdwenen, maar meestal verzinnen we nog wel iets voor elkaar bij verjaardagen. Opschrijven als je iets bedenkt! Liever niks, dan verplicht 'íets'. Ik vind het trouwens wel heel leuk als ik toevallig ergens tegenaan loop waarvan ik weet dat ik er iemand uit de familie- of vriendenkring een plezier mee doe! 
Goed gekozen cadeaus zijn me wel heel dierbaar: van mijn moeder kreeg ik toen ik 17 werd een brede ceintuur van zwart suède, die ik heel veel heb gedragen heb en hij ligt nog altijd in de kast!

Guus was niet zo goed in cadeautjes. Ik kreeg eens een boek over mineralen, maar zou blijer geweest zijn met een boek over rare planten, insecten of een Igbo grammatica. Maar ooit kreeg ik deze tamelijk nutteloze steen van hem, nefriet, denk ik. Het wonderlijke is dat hij prettig in de hand ligt, dat je met je duim door het holletje in de binnenkant kunt wrijven, de steen daardoor warm wordt en dat is plezierig en kalmerend.

Ik heb hem bij hem teruggebracht toen hij niet lang meer te leven had en niet lang geleden heeft hij nog een tijd bij Tinka gewoond.

Hier in huis zijn nog altijd andere cadeautjes van hem: een heel aantrekkelijk, doodsimpel, aardewerk kannetje; een opiumgewichtje in de vorm van een bronzen olifantje; het boek over de mineralen!. 
Maar ik heb ook wel eens iets verbolgen teruggegeven: een gouden hangertje in de vorm van een erecte penis, hoe verzin je het! Een zwart, doorzichtig negligé viel ook niet zo in goede aarde, maar het kan natuurlijk best zo zijn dat ik de verborgen hints niet naar behoren heb opgepakt!
  
Babytruitje van Tonkie, babysokjes van Anne Claire. Welke baby heeft er nog van die glansgaren truitjes aan of van die sokjes? 

Wat was ik blij toen de babyuitzet in aankwam in Nigeria. Mijn zus Paula had het allemaal voor me geregeld! Katoenen luiers, met van die vierkantjes erin, hydrofiel? Beeldige voile, lavendelblauw, ook met vierkantjes met zo'n pluisje in het midden, om een wieg mee te bekleden. Die had mijn moeder uitgezocht, zij was dol op dat soort stof voor de tropen. Navelbandjes! 

Ik ben altijd dol op handwerken geweest, dus ik maakte om een mand van de markt in Port Harcourt, bekleding met een volant aan de buitenkant en werkte het af met zigzagband. Een flanellen ...? hoe heette dat ook weer?, o ja, een omslagluier! als dekentje, versierd met vogeltjes van dezelfde  voile en borduurwerk, jaja, Erna prutste wat af!
Op de foto is Tonkie, die toen nog Guusje heette, 5 dagen oud: een stevige baby van bijna 9 pond, die die truitjes al bijna niet meer aan kon. Er moest trouwens nog wel even een leuk randje op geborduurd worden! 

Toen Claire kwam, had ik het heel wat drukker dan als jonge huisvrouw met personeel in Nigeria. In 1973 had ik twee jonge kinderen, een baan en maar één keer in de week mijn parel/hulp Mevrouw van Veggel. Maar sokjes breien kon best even tussendoor! 

Van Tinka had ik uiteraard ook iets: een glansgaren truitje, geborduurd met vooral groen. Het is samen met haar gecremeerd.

 
 
Zo kun je zomaar een schaaltje? hebben met allerlei onduidelijke zaken erop. 

Het schaaltje - en dat is geen goed woord ervoor - is heel mooi, misschien van 'schildpad' en ik heb geen flauw idee hoe ik eraan kom of hoe lang ik het al heb.

Dit is een stuk steen afkomstig van het terrein bij ons huis in Frankrijk. Eigenaardig soort steen, alsof het een fossiel is van een insectenverblijf. 
Dit is het nest in aanbouw van een hoornaar. Het insect ziet er agressief uit, maar is, als met rust gelaten, volstrekt OK.  Zo'n schitterend nestje wordt gemaakt van gekauwd hout, voor zover ik weet.

Het nestje zat tegen het plafond van de 'zomerkeuken' in Frankrijk in de tijd dat het huis verkocht werd.

Gewone wespennestjes zaten in Frankrijk vaak op onverwachte plekken: in de deur van de auto voor gasten die niet dagelijks gebruikt werd of in een laag struikje dat even moest worden bijgeknipt! Menig steek opgelopen: direct een natte paracetamol erop en je hebt nergens last van!!!

Dit is mica en toen ik het kocht had ik dat nooit eerder gezien. Het bovenste schijfje past vlekkeloos op het onderste stukje.

Gekocht in een dorpje van rotswoningen in Tunesië, waar ik dingen trof, die ik totaal niet verwachtte, zoals b.v. groene kikkers in een piepklein stroompje.

De vrucht van een of andere woestijnplant. Losse pitje erin doen hem licht rammelen, je zou hem voor muziek kunnen gebruiken.

We deden ooit een vakantie in Egypte, vanuit Sharm el-Sheikh, en deden van alles, zoals snorkelen (dat was werkelijk geweldig daar) en 'n keer thee drinken bij Bedoeïen in de woestijn, laat in de avond. Daarvan herinner ik me vooral dat het er zo heerlijk rook en op de een of andere manier erg romantisch was. Daar ergens raapte ik deze vrucht op. 

Kijken of ik wat meer te weten kan komen.

 
 
Een 'Slinky'. Dat is nou echt een ding waar je alleen maar een beetje mee kan zitten klooien en verder heb je er niks aan. O wee, als ie per ongeluk verkeerd in elkaar gaat. 

Heel leuk was wel het effect van de slinky op de trap achter ons appartement, in het begin van ons verblijf in Nigeria. Als je een slinky op de bovenste tree van een rechte trap zet en een stuk 'm afbuigt naar een tree lager, dan wandelt ie naar beneden. Ons Nigeriaans personeel was er bang van, JUJU!!!

 
 
Jarenlang heb ik knikkers 'gespaard'.  Ik vind ze nog steeds vaak onweerstaanbaar, maar dit is het laatste restje van de collectie.. 
Bovenop, die met die kleine gekleurde spetters, heb ik in Brussel gekocht in Woluwe, bij mijn eerste bezoek aan Ko!
Die met het stuk turkoois erin is van plastic, telt eigenlijk niet mee als knikker, maar het stuk steen erin gaf de doorslag. Ik geloof in Engeland ergens. 
De mier zit ook in plastic. Heel vroeger werden er glazen knikkers gemaakt met een beestje erin. Ik heb een boek over knikkers met de meest prachtige foto's en knikkerspaarcollega Jeroen heeft een verzameling waar je U tegen zegt. Hij is ook wereld deskundige als het om bepaalde soorten gaat. 

De moeite waard is een knikkermuseum ergens in het zuiden van Engeland!

 
 
Ergens begin zestiger jaren heb ik mijn rijbewijs gehaald, 40 lessen, maar ik had het begeerde papiertje bij de tweede keer examen doen. Om een idiote reden: het jaar ervoor had ik bij 'vriendin' Jalla in Italië gelogeerd en ik was ervan overtuigd dat zij dan ook spoedig naar Nederland zou komen en ik haar dan zou rondrijden! Jalla is één keer in Nederland geweest en ik heb het niet eens geweten!

Erna en de auto vormden geen goede combinatie. Mijn vader reed niet in een auto, hoewel ik heb horen vertellen dat hij dat in Indië wel gedaan had. Ik heb het me nooit kunnen voorstellen. In de hele familie Berg was alleen mijn oudste broer Robert in auto's geïnteresseerd. Mijn zus Els had, toen ze in Vorden woonde een rijbewijs, maar reed met tegenzin en ik dus ook, maar verder uit ons gezin reed niemand in een auto.

Toen ik twee kleine kinderen had en die af en toe per fiets tegelijk moest vervoeren, begon mijn belangstelling voor een eigen auto.  Van mijn eerste salarissen, toen ik weer voor de klas stond, kocht ik een Deux Cheveaux. 
Het was prettig om vervoer te hebben, maar ik reed dus niet voor mijn plezier. Op twee uitzonderingen na: ik vond het leuk om in Daalbroek door het bos te rijden en in de sneeuw vond ik wel spannend. De eerste 2CV was rood, de tweede geel en die was versierd met een grote sticker van het WNF, want daar was ik destijds enorm fan van.
Op de afdeling van het Bona waar ik in de jaren 70 les gaf - Schuttersveld - heerste een ontspannen klimaat en er was vaak ruimte voor iets geks. Zo hebben leerlingen ooit een film gemaakt waarin de gele auto-met-sticker een rol speelde, maar ik heb de film nooit gezien. Met mij een autorijden is het nooit helemaal goed gekomen, ik ben verkeersangstig. Laat mij maar lopen!  

Om de een of andere reden houd ik wel veel van 'mooi' en dat mooi is dan 'naar mijn smaak'. Raar dat je daar zo'n behoefte aan kunt hebben. Onder auto's is er een model Chrysler dat ik prachtig vind. Altijd leuk als ik er eentje zie! In de boekenkast twee speelgoedautootjes: een gele eend met sticker en een rood/metallic Chrysler! Van de laatste vind ik de matblauwe en de maisgele ook geweldig, maar je ziet ze niet vaak meer.

 
 
In januari '64   trouwde ik met Guus. Op de ochtend van de bruiloft kreeg ik van mijn moeder dit prachtige tasje, van zijde en helemaal geborduurd. Het komt ergens uit India of zo. Beeldschoon, maar volstrekt niet te gebruiken, behalve op je trouwdag. 

Dus toen ik, opnieuw in januari, maar deze keer in '85 trouwde met Ko kon dat mooi nog een keer. Er past alleen wat kleingeld en een zakdoek in. En die zakdoek is op je trouwdag onmisbaar, toch? 

Mijn dochters deden niet aan trouwen (op Anne Claire na) en al helemáál niet in het wit, dus ik heb het niet als liefhebbende moeder kunnen doorgeven!

Inmiddels is het niet meer crème, maar lichtbruin!

 
 
En cadeautje dat alleen iemand als Werner kan verzinnen: 3 eitjes van zebravinkjes? Kan ook van een ander vogeltje zijn geweest, maar alleen iemand als Werner kan bedenken, dat ik zoiets superleuk vind!
Werner is de partner van vriend Cor en toe ik hem voor het eerst ontmoette had ik het gevoel dat ik hem al heel lang kende. Alsof het mijn broer was. Bijzonder!

Ik had al een eitje van een merel en twee van een mees. Ze liggen in een mooi doosje, dat van mijn zus Magda is geweest.

 

  
  

Nog zo'n leuk cadeautje waar je niks mee kunt: Een prachtig gemaakt minimandje, uit Indonesië. Kreeg ik eens van mijn vriendin Joke, toen zij en haar man Indonesië hadden bezocht. Ware grootte! En met heel veel toewijding gemaakt!
 
 
Dit is een hele erge, met een lang verhaal!
Toen ik niet meer hoefde werken ben ik Afrikanistiek gaan studeren. Het leek me leuk, maar er zaten wat mindere kanten aan. Zo ben ik nooit van de politiek en de geschiedenis geweest, dus dat gedeelte vond ik niks, al vond ik de docent, tevens afdelingsleider van de studie, ongelofelijk aardig: Robbert Ross heette hij. 
Ik had nog nooit van mijn leven een werkstuk gemaakt en dat moest, voor de afdeling litteratuur; Swahili was aantrekkelijk, de docent was heel goed in zijn vak, maar een uitgesproken vervelende kerel; volkenkunde was ook leuk en één vak vond ik én moeilijk én niet interessant, maar ik weet niet meer hoe het heette. Voor dat tentamen was de eerste keer bijna niemand geslaagd, maar het bleek dat je de antwoorden op de vragen ergens kon vinden in oude tentamens ... 

Het meest irritante vond ik de groep studenten. Veel van hen vonden zichzelf geweldig & interessant en alles aan Afrika was fantastisch! Natuurlijk waren er aardige mensen bij, zoals Monique, die ook wat ouder was, en ook het meisje van zeer gereformeerde huize, dat geloofde dat het scheppingsverhaal werkelijk zo  gebeurd was als in de bijbel wordt verteld, vond ik aardig. Zij wilde ooit de bijbel in een of andere Afrikaanse taal gaan vertalen, geloof ik. Er was ook een heel sympatieke jongen, met een Afrikaanse vriendin, die in een huis woonde waar een vrouw van de bridgeclub zijn hospita was. Weet zijn naam niet meer.

Aan het eind van het eerste jaar had ik al mijn tentamens gehaald, met matige cijfers op Swahili na. De briefjes stopte ik in een envelop en ik stopte tevens met de studie, want Ko en Ik gingen plotseling verhuizen en Guus, mijn voormalige echtgenoot, had gehoord dat hij niet lang meer te leven had en dat was zwaar voor mijn kinderen, toen rond de 20 jaar oud. Ik had het collegegeld voor jaar 2 al betaald en kreeg het terug van de universiteit in de vorm van een cheque, die ik bij de tentamenbriefjes gestopt heb en vervolgens ben vergeten te incasseren.

Nu, 30+ jaar later zijn de cheques afgeschaft en de universiteit is niet thuis!

 
 

Mijn leven lang ben ik al een fan van St. Antonius. Toen ik als kind 'gevormd' zou worden = de bisschop kwam naar de Petruskerk en diende een kerk vol kinderen het vormsel toe. Ik begreep totaal niet waar het om ging, want het was vlak na de oorlog en ik zat nog maar een paar maanden op een school. (Geen school tijdens de oorlog)

Wat ik me ervan herinner is dat je de dag tevoren moest gaan biechten en je 'biechtvader' moest vertellen welke heilige je had uitgekozen als een soort patroon. 'Antonius' moest het van mij worden, maar ho! dat gaat zomaar niet: Antonius is een ♂  en jij een ♀. Vond ik toen al onzin, maar 'doe dan maar Antonia' werd het. 

Aan dat vormsel kwamen ook heilige olie en een tik in je gezicht te pas.. 

 

Feit blijft, dat ik ook alles wat ik verlies vrijwel, behalve geld, altijd terug krijg: portemonnee laten liggen bij AH daags voor kerst? paspoort op het vliegveld van Miami? Erna krijgt het terug! Van dattum! En ik krijg uitstekende adviezen van Antonius.

Het aandoenlijke beeldje komt van de vlooienmarkt in Marseillan, geloof ik. Ik val op dat koppie op een stuk ijzerdraad. 

 
 
Hier kan ik eigenlijk ook niks mee: ik zou er twee blauwe druifjes in kunnen zetten, want het is zo klein als op de foto.

Gekregen van mijn collega tekenen, Marijke W., een ongelofelijk lieve collega op het Alfrink. Het is een potje uit de tijd van de Ming dynastie. 

 
 
Hieronder: dit mag ik eigenlijk niet onder 'prullen' rangschikken en ik heb het ook niet zelf bewaard, want ik heb het net gekregen. 
Mijn broer is een half jaar geleden overleden en hij bewaarde een doos vol schriftjes waarin mijn moeder de hele kamptijd recepten opschreef. Tussen 1942 en 1945 zat onze hele familie in een jappenkamp, Tjideng. Mijn moeder was in 1900 geboren, zij was dus jonger dan mijn jongste dochter nu en zat met 7, later 6 kinderen (toen mijn oudste broer naar een jongenskamp was afgevoerd) in dat kamp. W.s. verveelde ze zich een aap, hoewel ze de hele kamptijd een kleine piano heeft gehad. Maar veel viel er niet te huishouden; koken of naaien hoefde/kon ook niet. Net als veel andere vrouwen schreef ze eindeloos recepten op. Waarbij ongetwijfeld de honger een grote drijfveer was.
Wat ik verbazingwekkend vind is dat ze de recepten heeft opgeschreven met een vulpen en dat ze blijkbaar inkt tot haar beschikking had. Ik herinner me van schrijven - dat ik in dat kamp leerde van mijn oudste zus - alleen een lei en een griffel!

Het recept is ook bizar. Ik heb in mijn inmiddels behoorlijk lange leven nog nooit 10 varkenskarbonaadjes tegelijk klaargemaakt!. Ik had natuurlijk ook geen 7 kinderen!
 
 
Mensen vragen ons vaak: 'Missen jullie Frankrijk niet?' Het antwoord is meestal: 'Niet echt'. 

Twee dingen missen we vaak wel. 1) de heerlijke, lange zomers. Maar dit jaar, '22,  is het hier ook prima. En 2)  de leuke viertallen competitie, die we jaren gespeeld hebben met Mary & Mike Bevan als nevenpaar. 

We begonnen de competitie onderaan, als 4 trèfle, de laagste 'rating' en zo gingen we de competitie in om, zoals dat in Frankrijk kan, te eindigen in de finale in Parijs. Daar stonden we vrijwel de hele zitting op de eerste plaats, maar raakten die kwijt op de 2 laatste spellen: een spel waarbij je moest beslissen of je linksom of rechtsom moest snijden en ik koos verkeerd en onze tegenstanders niet; en het andere spel was er een waarbij je moest beslissen of je wel of niet slem ging bieden en Ko koos voor niet ... en ook dat deden de tegenstanders wel. Zo werden we 3 ... en hielden er deze twee fraaie, verzilverde doosjes aan over. Waar je verder niks mee kunt! FFB = Federation Francaise Bridge.

Viertallenwedstrijden bestonden in Frankrijk in wel 6 verschillende uitvoeringen en we dede aan allemaal mee, behalve het toernooi voordames. In de eerste rond viel de helft van het aantal teams af, in de tweede ronde weer, en op die manier kon iedereen in de finale komen, als je het goed deed. 
Na de goede resultaten van de eerste keer hadden we binnen de kortste keren een veel hogere rating en speelden nog wel regelmatig halve finales, maar Parijs hebben we nooit meer gehaald!

 
 
Nog een doosje! 
Ik had ooit een oom Herman die lang vrijgezel bleef en als vriend van mijn tante Miep functioneerde; ze woonden nog beiden bij mijn oma. Toen ontmoette Herman Riek en daar trouwde hij mee tot ergernis van tante Miep, die altijd de pest gehad heeft aan Riek, maar ook aan hun kinderen later. Heel onterecht. Ik was dol op tante Miep, maar dit was een lelijk trekje van haar! 
Ze had niet veel geluk, Riek, want kort na de geboorte van hun 4e kind kwam Herman om bij een auto-ongeluk en bleef zij achter met 4 kleine kinderen. Tot overmaat van ramp bleken 2 kinderen ook aan geestesziekten te lijden. De jongste daarvan was Hennie en dat was een ongelofelijk lieve meid, zij het met problemen. Van haar kreeg ik ooit dit schattige doosje, ongeveer zo groot als op de foto. (Ik bewaar er twee paar oorbellen in, die ik zelden draag: de kleintjes zijn bloedkoraal, de grote een onbekende steen uit noord Afrika). Hennie is trouwens ook vrij jong gestorven. 
Riek is later, toen mijn moeder was overleden, nog lang mijn vaders vriendin geweest. Dat was fijn, want  het was gezellig voor hem en bovendien luisterde hij wel naar Riek, maar niet ons, zijn kinderen. Ik moest wel eens met hem naar het ziekenhuis b.v. en dat wilde hij dan niet. Schoot Riek, die vlakbij woonde, me te hulp en zei: 'Kom Kees, doe nu niet zo lastig'! En dan ging hij als een lammetje mee naar het ziekenhuis of zo.

Naar bovenkant