Vakantie 2007 Rocky Mountains 
Op 19 juni in alle vroegte vertrokken we: per auto naar transferium Barneveld-Noord, daar parkeren (de parkeerwacht van de gemeente zou op de auto letten!!!), treintje naar Amersfoort, dan naar Schiphol, vliegen naar Atlanta en van daaruit naar Denver - al met al héél lang - taxi naar hotel (hartstikke duur, maar plastic messen om rottige sinaasappels te schillen bij je ontbijt en verder alles zelf doen), in een enorm bed voorlopig voor het laatst lekker slapen en dan de volgende morgen op avontuur!
20 juni: camper ophalen. Ja, ja, dat gaat zomaar niet! Er hoort veel instructie bij, in veel te korte tijd, maar OK, het moest maar. Afgezien van de camper hadden we nog een textielpakket en een keukenoutfit besteld.  Het textielpakket bestond uit voor ieder 2 handdoeken en 2 waslappen, één laken (?) en 2 waardeloze, kapot-gekookte dekens. 

Zo' camper, deze was goed voor 6 personen, is bijzonder praktisch ingericht, met overal handige kastjes, douche, w.c., kledingkast, een tweepersoonsbed in de hoek (plastic over de matras, bah), een kookplaat, magnetron, airco, koelkast en diepvriezer, zit/eethoek en boven de stuurcabine nog een 2e dubbel bed met ongeveer 40 cm erboven. Van de zithoek kan nog een bed voor b.v. 2 kinderen worden gemaakt.

Op sommige campsites kun je de camper aansluiten op elektra, water en riool, maar ook als er géén z.g. hook-ups zijn kun je je goed redden. Tanks voor schoon en afvalwater, zonnepanelen, gas en een generator: alles aan boord om te kunnen overleven. 

Overal in en om de camper zitten stickers met aanwijzingen en waarschuwingen. We hebben ze verzameld in een diashow. Klik het plaatje hiernaast en na het laden van de pagina op Diavoorstelling. (Verander desgewenst het interval van 4 in 1 seconden)

De eerste twee dagen stonden we tussen de bomen op Glacier Basin in het Rocky Mountain National Park, maar bij het entree  een overweldigend mooi uitzicht. Een groot veld met een achtergrond van nog wat besneeuwde bergen en in het gras talloze grondeekhoorntjes (Wyoming ground squirrel). Zelfs op deze foto staat er eentje, maar om die te zien moet je de foto even vergroten ...
Er waren hier ook erg mooie vogeltjes, geel met zwart, een soort 'fluiters' - daar heb je er in Amerika behoorlijk veel van - en die hadden nèt uitgevlogen jongen. Als je te dicht bij kwam gingen begonnen de oudervogels zich te gedragen alsof ze ernstig gewond waren, om je van die jonkies weg te lokken.
Er waren trouwens ook - heel onverwacht - kolibries, die je meestal alleen waarneemt als iets dat snerpend voorbijvliegt, maar ik heb er ook eentje op een tak zien zitten, echt waar: een kolibrie!
Het was 's nachts erg koud, 10 graden of zo. Ko had last van wat jetlag en ik van de kou, dus de nachtrust liet te wensen over. Dag 2 zijn we wel een flinke wandeling gaan maken, om Lake Sprague heen. Overdag was het meestal ongeveer 30º of iets warmer. 's Middags zijn we een paar lakens gaan kopen en hebben we verrukkelijk Japans gegeten in een nabijgelegen dorp.

De tweede nacht was wat Ko betreft beter, maar ik heb het bijna de hele tocht 's nachts te koud gehad, zodat ik meestal om een uur of 3 wakker werd. Mijn warmteregelaar laat te wensen over; ik had wel rekening gehouden met mogelijk koude nachten en had dus 1) een fleecedekentje (ook prettig in altijd te koude vliegtuigen) en 2)een stokoud joggingpak, dat ik alleen gebruik voor koude nachten in warme landen plus 3) een paar dikke wollen sokken meegenomen, maar dat was niet voldoende onder die dekens met gaten. 
Vlak bij ons stond trouwens een andere camper van hetzelfde verhuurbedrijf, waarnaast 2 mensen van ongeveer onze leeftijd zaten te lezen. Ook Nederlanders. We raakten met hen in gesprek. Hem vonden we er bekend uitzien. Ze waren al maanden op reis, maar deden dat om er boeken over te schrijven. Ze gaven ons wat tips over wáár kamperen en welke plekken erg mooi waren. Hij heette Dolf en via de laptop die Ko een paar dagen later kocht (zonder computer, dat kan ook eigenlijk niet) kwam Ko erachter dat het Dolf de Vries was, die reisboeken schrijft samen met zijn vrouw, en verder als bijrol in menig Nederlandse film heeft gespeeld, o.a. 'Soldaat van Oranje'. Grappig!

Bij alle demonstraties en uitleg over de ins en outs van de camper had één lampje geweigerd, maar volgens de dame die ons instructies gaf, hinderde dat niet. Helaas, het hinderde wèl, want het was het lampje van de warmwatervoorziening en die bleek dus niet te werken. Na een koude nacht geen warme douche kunnen nemen 's morgens is niet gezellig ... Nu is Ko erg handig, maar hier kon zelfs hij niks mee. En ook Don, een gepensioneerde meneer, die hand- en spandiensten verrichtte op onze eerste camping wist er geen raad mee. Dus besteedde Ko een deel van die eerste echte vakantiedag aan bellen met de camperverhuur om te kijken of hij iets kon regelen. Uiteindelijk maakten we een afspraak met een bedrijf in Cheyenne, een stad langs de route naar Yellowstone, onze volgende bestemming.  Daar reden we dus de volgende dag heen, een beetje saaie route met veel konijnen langs de weg, de meeste helaas doodgereden.
Repareren bleek niet nodig: iemand had ergens een stekkertje losgetrokken ... je voelt je een beetje opgelaten, maar in het grote campingboek stond er ook nergens iets over dat stekkertje. We hadden dus nu ook warm water. 
De volgende camping hadden we 'hook-up', d.w.z. aansluiting op elektriciteit en het water en bovendien voortreffelijke, ruime douches op het kampeerterrein. Evenzogoed was de nacht koud. 

Sommige campers waren enorm en dan nemen de mensen nog extra vervoer mee: een auto erachteraan of een boot en ook nog fietsen. Begrijpelijk, want je gaat met zo'n grote, dikke camper niet even in een stad rondrijden of zo. Je hoeft trouwens ook voor zo'n gevaarte geen busrijbewijs te hebben!!

Van Cheyenne was het nog een heel eind rijden naar Yellowstone. Tot aan Sheridan door de 'prairie', veel gras, soms mooie landschappen, veel herten ('pronghorns'). 

De tweede nacht van deze tocht stonden we in Cody en daar was 's avonds een rodeo. Ik had zoiets nog nooit meegemaakt, dus wij erheen. Heel gek: een voorstelling die begint met gebed; voor het publiek, de cowboys en de deelnemende dieren. Daarna het volkslied. Verder was het wel grappig en ik had niet het indruk dat de beesten onder het spektakel leden. Zo te zien was het voor de cowboys gevaarlijker. 
De lucht was trouwens erg droog, ik denk onder de 20% vochtigheid. Ik, met mijn droge velletje, heb het geweten: na twee dagen had ik een stuk of 5 bloedende kloven in mijn voeten. Elke avond voorzichtig wassen in die kleine doucheruimte aan boord en dan dik in de crème en sokken aan. Gelukkig was het na 2 dagen al een stuk beter, maar iedereen die deze tocht gaat maken zou van te voren op de hoogte moeten zijn van de mogelijke problemen: koude nachten en droge lucht.
Ik - Erna - ben dol op een Chrysler, een bepaald type althans. Ik heb ze vaak in Amerika gezien.De saaie zwarte en zilverkleurige natuurlijk, korenblauw en wit vind ik ook niet geweldig, maar uitgevoerd in crème, luchtmachtblauw, maisgeel, muisgrijs, aubergine of mijn favoriete kleur kersrood, wow! Een lust voor mijn oog.
Deze links vond ik minder geslaagd. De compositie is wel aardig, maar de kleurencombinatie ... 

Er zijn trouwens allerlei dingen die mij verbaasden. Zo heb ik maar heel weinig roofvogels gezien, terwijl er toch overal òf konijnen òf grondeekhoorntjes in overvloed waren. Er waren überhaupt relatief weinig vogels te zien. Kom je in een gewone tuin in de buurt van New York of in een park in Los Angeles dan weet je als vogeltjesliefhebster bijna niet waar je het eerst moet kijken; daar stikt het van de meest prachtige onbekende piepertjes! Maar op onze tocht hebben we er maar weinig gezien.
Iets heel anders: opvallend veel bejaarden nemen nog deel aan het dagelijks arbeidsbestaan. Niet alleen als vrijwilligers in de parken, maar ook in de winkels zie je veel m.n. vrouwen, die volgens mij nog ouder waren dan ik (bijna 70) aan het werk. En iedereen even beleefd en vriendelijk!! Don, van de eerste camping, was minstens 75. Hij had een huis in Ohio, maar was daar maar één maand per jaar: met zijn 'big rig', zo'n reuze camper, stond hij 7 maanden per jaar in Florida en 4 maanden in het Rocky Mountains park. Daar deed hij dus klusjes. We kwamen trouwens veel senioren tegen die met hun eigen camper als 'host' op campings bijklusten. 
We zagen bijna nergens rotzooi langs de weg, nou ja, af en toe wat kapotte autobanden. Moet je in de buurt van Béziers komen: plastic flessen bij de vleet, overal plastic zakken, papier en andere troep. In Nederland kunnen ze er ook wat van. Maar hier was het overal schoon; nergens hondenpoep gezien b.v. De boetes voor het achterlaten van rotzooi zijn hoog: 750 dollar, als je betrapt wordt! Gek genoeg staan de erven rond huizen e.d. vaak vol rotzooi, oude auto's, campers en dat soort dingen. Ik heb niet één keer een leuke tuin gezien. 
Hieronder een niet zo goede foto van zo'n erf.

Het laatste stuk van Cody naar Yellowstone was erg mooi, zoals Dolf al had gezegd. De, naar zeggen, mooiste weg van Amerika is de US 212 over Bear Tooth Pass tussen Montana en Wyoming. Het werd erg bergachtig en de landschappen waren vaak prachtig. Ergens onderweg waren een stel mensen in oude auto's, waarvan we de Spartan 2 het meest konden waarderen. 


Behalve de vergezichten waren er erg veel beeldschone bloemen. 

Blauwe bloemen laten zich in fel licht slecht fotograferen, dus je moet zelf voor schaduw zorgen! Ik heb nog nooit zulke blauwe vergeet-me-nieten gezien De platte witte planten rechts zijn floxen, helaas kon ik de geur die ze zouden verspreiden niet waarnemen.


.De avond na deze dag kampeerden we op een wonderschoon plekje even buiten Yellowstone. Het was het soort 'onbemande' camping waar je zelf alles moest regelen: zoals je plek zoeken en de administratie daarvan. Eerst kijken waar je wilt staan en daarna via een envelopje in een bus betalen 

 

 

 

We hadden 2 wensen voor deze trip: een beer zien en een chipmunk van dichtbij zien. De laatste kwam 's avonds, toen we nog wat buiten zaten te drinken, langs. Even kijken of er wat te halen viel en zó tam, dat hij of zij bijna op mijn voet kwam zitten!

Er zaten ook grondeekhoorntjes, Uinta ground squirrels dit keer, waar je een hele tijd naar kon zitten kijken. Ze waren niet zo tam als de chipmunk, maar je kon toch tot op een meter of 3 komen zolang je je maar stil hield. De bloem is een familielid van de artisjok. Rechts een berenbestendige kist, waar mensen die in een tent kamperen hun etenswaren in moeten zetten.
En toen we de volgende morgen Yellowstone binnenreden werd na ongeveer 10 minuten wens 1 vervuld: een beer vlakbij de weg! Helaas kwam binnen de kortste keren de sheriff langs om ons te vertellen dat we door moesten rijden, want we mochten op die plek niet stoppen. De enige foto die we hebben is dus niet zo best, maar we moeten dan nog maar 's terug of zo.
Daarná hebben we nog een keer alleen de rug van een beer gezien en daarna nog een keer een (grizzly?)beer met 2 kleintjes, maar wel heel erg ver weg. Het feit dat ze zichtbaar waren veroorzaakte trouwens een aardige file. Vaak zie je ergens mensen met kijkers en fototoestellen staan en daar is dan meestal iets te zien. 
Even later zagen we de eerste bizons. Buffels, buffels, denk je dan opgewonden: foto maken! En dan krijg  je zo'n foto met bruine vlekjes. 

We hadden van een medekampeerder in Cody gehoord dat er in het zuiden van Yellowstone veel buffels waren en daar zouden we pas veel later komen. Ze waren blijkbaar naar het noorden komen wandelen, want nog geen half uur later kwamen we in een buffalo-file terecht; tientallen beesten op de weg. Ze zien er vaak tamelijk armzalig uit en zijn niet heel erg groot. Een Afrikaanse buffel ziet er vervaarlijker uit. Toch blijven het wilde dieren en elk jaar worden er mensen verwond door deze beesten. 

Het stikte van de mensen in Yellowstone. Zo was het bij de bezienswaardigheden vaak lastig parkeren. Dat is wel een beetje jammer. Bezienswaardigheden genoeg trouwens. Het vulkanisch karakter komt overal letterlijk tevoorschijn, zoals je op de serie foto's kunt zien.

Overal zijn vlonderpaden aangebracht, zodat de onderliggende grond niet kan worden plat getrapt.

Er was van alles te zien: kleine dampende poeltjes met warm, helder water, en soms in overweldigende kleuren. 

Onderstaande foto is speciaal voor Gita, die altijd graag een foto wil zien waar wij allebei op staan:
Natuurlijk wilden we graag een uitbarsting van 'Old Faithful' zien. In het nabije huisje met inlichtingen, boeken, touristenfrutsels e.d. hing een kaart met daarop vermeld hoe laat de volgende performance van deze wereldberoemde geyser werd verwacht met een marge van een minuut of 10. 
Uiteraard waren ook hier minstens duizend mensen aanwezig en wij kunnen het niet laten om daar foto's van te maken: Ko naar links, Erna naar rechts. Opmerkelijk is dat het meisje links op de foto al een beertje in de hand heeft voor het geval er slachtoffers gaan vallen ...
Het blijft een buitengewoon indrukwekkend gebeuren. Je houdt het toch niet voor mogelijk dat er ineens vier minuten lang een enorme fontein heet water uit de grond komt  en waarop je de klok dan ook nog  min of meer gelijk kunt zetten!!
De mooie foto links is van Ko; ik, Erna, was pas later in staat om een foto te maken, want een onaantrekkelijke mevrouw in een gifgroen pak vond dat ze zich met de uitbarsting als achtergrond moest laten fotograferen en daar had ik toevallig helemaal geen zin in!
Dit was letterlijk een van de hoogtepunten van onze reis.
Later op de dag raakten we weer in een file, een elken-file dit keer. Tegen de tijd dat we erachter waren wat de file veroorzaakte waren ze weg.
Onze dagindeling werd vaak bepaald door de kou en het al of niet zijn aangesloten op elektriciteit. Nu weet ongeveer iedereen in onze omgeving dat wij van laat opstaan en laat gaan slapen zijn, maar de natuur dwingt je vaak tot een ander ritme. We gingen dus met enige regelmaat al om een uur of 9 slapen, want om een uur of 5 was de kou vaak niet meer te harden. Dan moesten we toch nog wachten tot het 6 uur was, want dan mag je op een camping pas geluid maken. 

Hetgeen voor ons betekende dat we om 6 uur wegreden, ongedoucht, niet aangekleed, zonder thee. 

Vervolgens zochten we een parkeergelegenheid langs de weg waar we niemand hinderden als we de generator en de verwarming aanzetten. Dan thee zetten, douchen en aankleden, ontbijten en daarna op pad.
Als we wel elektriciteit hadden kon de thermostaat van de kachel op 15. Dan werden we trouwens wakker door het aanslaan van de verwarming. Lastig trouwens, temperatuurverschillen van minstens 20 graden!

De landschappen waren vaak onvoorstelbaar mooi. Zoiets als op de foto hieronder stel ik me voor als in 'De clan van de holenbeer', een landschap zonder een enkel teken van mensen in de buurt. 


Ook de bloemen waren wonderschoon. Het is leuk dat je vaak de familie herkent. De penstemon links is onder tuinliefhebbers goed bekend; hij stond op een ongelofelijk beroerd plekje, ongeveer in het asfalt, uitbundig te bloeien. De rode rechts is een nieuwe; volgens kenners heet hij castilleja (met dank aan Herman van Beusekom!)

Overal waar we natuurparken bezochten waren we verbaasd over het grote aantal bomen die in een slechte conditie verkeerden of al total loss waren. 
In Yellowstone heeft 20 jaar geleden een flinke brand gewoed. Resten worden uit principe niet opgeruimd.
Elders werden de naaldbomen aangetast door de Pine Beetle, een kever, die - zo hebben we ons laten vertellen - met name dicht op elkaar staande bomen ruïneert. Ook daarbij wordt niet ingegrepen, tenzij de boom of de bomen in kwestie op een gevaarlijke plaats staan.
Trouwens : in Rocky Mountains Park zaten kolibries, in Yellowstone Park pelikanen! Ook heel onverwacht.
Na Yellowstone gingen we op weg naar warmere gebieden. De afstanden zijn enorm, dus heb je onderweg weer een overnachtingplaats nodig. We kozen dan voor een goed voorziene camping, full hook-ups (water, elektriek en riool) en dan bij voorkeur 'pull through' (je hoeft niet achteruit te rijden). Zulke campings zijn comfortabel, maar vaak lelijk en saai, hoewel er toch soms weer iets bijzonders te beleven valt. Op de camping bij Boulder bleek er een groot nest op een paal te zijn. Ooievaars??? Nee, het nest van een osprey, een flinke roofvogel, die een beetje lijkt op een visarend, maar ik zag dat er kleine, wollige beestjes werden aangevoerd voor de waarschijnlijk al aanwezige kuikens. 

Weer op weg kwamen we door het dorpje Eden en ik vroeg me af of Steinbeck dit dorpje in gedachten had toen hij 'East of Eden' schreef. Een dorp van niks met weer een voorbeeld van een rotzooi-erf en een centrale brievenbus, een soort duiventil, waar we de postbesteller post voor de 220 bewoners in zagen deponeren. Iedereen kom het dan zelf komen halen. Wel handig, eigenlijk.
's Morgens waren we wakker geworden van de kou, 's middags was het 35º in de schaduw. Ik heb een thermometer/sleutelhanger aan mijn vakantietas! Reizen met zo'n grote camper kost trouwens een vermogen aan benzine. Het is lastig gallons en mijlen om te zetten in liters en kilometers, maar als we het goed hebben berekend lust zo'n grote wagen iets als 1 gallon voor 11 mijl (volgens ons 4,7 km op 1 liter). Een US gallon is 3,7 liter en kost 3,20. Zeg 80 eurocent per liter en we hebben 2500 mijl gereden = 3700 km?? Reken maar uit! 

Vervolgens togen we naar de meer woestijnachtig gebieden in Utah met als doel het Arches Park bij Moab. We troffen een droog, maar fraai landschap aan op het begin van de route, maar de weg bleek verderop onverhard en dus moesten we rechtsomkeert maken. Jammer!
We overnachtten in een aardige camping mèt bomen, schaduw en een vogeltje dat zich maar niet wilde laten zien. 's Avonds wolken torretjes, een soort mini Colorado-kevertjes (Utah kevers?). Gelukkig geen stekertjes. Hier was het 's nachts gelukkig minder koud.
We hebben elk trouwens wel iets van 8 boeken gelezen onderweg. Tweede hands boekwinkels kunnen we geen van tweeën links laten liggen ...

Ons volgende reisdoel was het Arches Nationaal Park, een gebied met bizarre, rode rotsformaties.

Wonderlijk dat je juist op zo'n kurkdroge plek ineens een prachtige vlinder aantreft. Een soort zwarte koninginnepage, die zat te drinken bij een kraan op een parkeerplaats.
We hebben heel veel vlinders gezien, maar allemaal van het rusteloze type: niet te fotograferen.
Het Arches Park was niet heel erg groot, dus 's middags zijn we naar nog een ander park gereden aan de andere kant van de weg 'Canyonlands'. Met een echt mooie canyon als attractie.
Na Moab besloten we weer terug te gaan naar het Rocky Mountains National Park in Colorado. Het was ons daar goed bevallen.  Weer een tocht van 2 dagen. Eerst een nachtje op een saai RV park in Kremmling en daarna in Timber Lake aan de westkant van het RMNP. Daar kwam 's avonds een elk tussen de campers door wandelen. Iemand vertelde dat die beesten houtskool komen zoeken in de barbecueplekken die je overal vindt.

Na wat wandelen en winkels kijken in Grand Lake stonden de volgende dag wegens de kou weer vroeg op: 10 minuten rijden, parkeerplaats zoeken, generator en verwarming aan en dan douchen en ontbijten. Daarna over de hoogste highway in Amerika (20 km lang op een hoogte van 12.000 voet = ±3500 meter) gereden en zagen daar een grote kudde van deze herten, allemaal wijfjes met jongen. We hebben wel mannetjes met grote geweien gezien, maar niet heel dichtbij; de foto is dus niet geweldig.

Puur toeval: In het RMNP kregen we dezelfde plek toegewezen als de vorige keer, nr 139. 
Vervolgens hebben we nog een paar dagen gespendeerd met rondlummelen, watervallen kijken, een plezierig plekje zoeken en gaan zitten lezen of eekhoorntjes/vogeltjes kijken, van dattum.

Het eekhoorntje rechtsonder is het mooiste van de ground squirrels, een golden mantled squirrel, ook erg nieuwsgierig. Ik kan er naar blijven kijken, eekhoorntjes!

Aan de oostkant van het park staan veel meer bloemen dan aan de westkant. Er was ook meer bewolking, dus het zal er wel vaker regenen. Over het weer hebben we niets te klagen gehad: het heeft maar één middag geonweerd en geregend, toen we naar Cheyenne moesten voor de reparatie, maar 's avonds was het toen alweer droog. Verder was het overdag altijd iets van 30º, wat ons betreft prima!

Een mertensia, die in Nederland nooit wil lukken, groeit hier zowel op vochtige als op droge plekken. Rechts een fraaie, onbekende vlinderbloem.

We zaten ergens wat te lummelen en een kraai kwam steeds kijken of er niets te snoepen viel. Toen we weggingen was hij buiten beeld, maar we waren nog niet halverwege de auto of hij kwam de boel al inspecteren!

Nog een penstemon, maar dan op een wat sappiger plekje en een leuk geelgroen orchideetje
De 'aspen', van het espenblad, is een prachtige boom met een spierwitte stam en soms als extraatje goudgeel blad.

De blaadjes zijn altijd in beweging en dit steekt erachter:

Toen God de wereld schiep en alle bomen klaar waren gebood Hij de bomen voor hem te buigen. Alle bomen deden wat God wilde, maar de esp bleef hooghartig staan en kreeg toen zó op zijn donder dat hij nog altijd staat te trillen op zijn benen, pardon, stam.

 

We hebben onderweg vaak erg lekker en goedkoop gegeten. Meestal een salade met wat kip of zoiets. 2 prijsrestaurants waren zelfbedieningstenten waar we Chinees en/of Japans konden eten. Betalen bij binnenkomst en daarna eet je wat en hoeveel je maar wilt, drankje inbegrepen voor zoiets als 8 dollar p.p.  De Chinees is in Amerika toch al lekkerder dan de gemiddelde soortgenoot in Nederland: smullen!!!
Brood is over het algemeen niet erg lekker en de melk had ook niet veel smaak. Het fruit daarentegen was voortreffelijk, behalve de sinaasappels. Een echt grote bak kersen, 2 lbs = iets van 900 gram schat ik, voor 3,99, hartstikke lekker en daar zat dan niet één rotte in. Aardbeien en bananen ook verrukkelijk!
Ook kleren en schoenen, te koop in grote supermarkten, kosten niet veel. En uiteraard zijn de laptops veel betaalbaarder dan hier ...
Wat zo'n reis duur maakt is het beginbedrag = vliegtocht en camperhuur + de bijkomende kosten van benzine en de prijs van de campings, variërend van pakweg $12 op een mooi plekje zonder faciliteiten tot wel $45 per nacht. Eigenlijk zijn er twee soorten campings: die in de nationale parken liggen buitengewoon mooi, hebben meestal weinig faciliteiten (hookups) en zijn tamelijk goedkoop ($10-$20). Verder zijn er de commerciële: liggen meestal niet zo mooi, maar hebben veel faciliteiten (elektra, water, riool en draadloos internet) en zijn daardoor wat duurder ($25-$40, excl belasting)

Aan alles komt een eind, helaas. We reden de laatste dag van Estes Park richting Denver, geholpen door deze wegwijzer.

In Boulder kwamen we langs 'the Bookworm', een reusachtige 2e hands boekenwinkel. Die konden we natuurlijk niet links, o nee, rechts laten liggen ...

Dan in Denver de camper wassen en inleveren. Omdat de heetwater boiler 2 dagen niet had gewerkt kregen we tot onze verrassing 2 dagen camperhuur terug.

Nog een nachtje overblijven in het suffe hotel bij het vliegveld - wel heerlijk slapen in een reusachtig bed met het plafond ver weg en warm genoeg - om de dag daarna via Atlanta naar Schiphol te reizen. Toen nog de lange vliegreis (we hadden veel beenruimte bij de nooduitgang, waar we alleen mochten zitten als we Engels spraken en eventueel mensen wilden redden ...) en de trein en zo: het einde van  deze avontuurlijke reis.