Tanzania 2010

Om te vieren dat we begin van dit jaar 25 jaar getrouwd waren, wilden we iets bijzonders doen.

Steeds als we denken over vakantie staat Afrika boven aan het wenslijstje. Tanzania is ongelofelijk mooi van landschappen, je kunt er heel veel dieren zien en ze spreken er Swahili.

Dat werd het dus: TANZANIA!  

Doel: Serengeti, Ngorongoro Krater en de kleinere parken Arusha, Tarangire en Manyara. 

Resultaat: traject Arusha - Mbalageti (plm 450 km) v.v.

Tanzania is plm 1,5 keer zo groot als Frankrijk en heeft 36 miljoen inwoners (Frankrijk 59 miljoen)


 


Swahili is een leuke taal, heel anders van constructie dan onze Europese talen. 

Een jaar of 20 geleden heb ik het een tijdje 'gedaan' in Leiden. Helaas moet je aan een universiteit de zaken wetenschappelijk benaderen, niks voor mij! Gewoon voor je lol ... not done!

Dit liedje kent iedereen  

Jambo, Jambo bwana
Habari gani?
Mzuri sana
Wageni wakaribishwa
Kenya yetu
Hakuna matata

(vooral de toeristen)
Refrein
Kenya nchi nzuri
Nchi ya maajabu
Nchi ya kupendeza
Kenya yetu
Hakuna matata
Kenya wote

Ik pakte, zodra we de reis gevonden en geboekt hadden, de boeken. De grammatica zat nog wel, maar veel woorden waren verdwenen. Ze kwamen ook wel weer vlug boven. 
Het boek ligt open bij de dagen van de week: 

Vrijdag - ijumaa - voorafgegaan door mijn favoriet - alhamisi, de h wordt uitgesproken als een soort ch tegen je huig. 

Zaterdag is jumamosi, zoiets als dag 1, zondag jumapili, dag 2 etc.

Het accent ligt altijd op de voorlaatste lettergreep.


Toen we eenmaal geboekt hadden was het te laat om in Frankrijk nog iets aan prikken e.d. te doen en dat werd dus in Amersfoort. Op de dag van die sneeuw. Amersfoort is maar een kwartier rijden, maar we trokken er 5 kwartier voor uit en dat was net genoeg. 
Gelukkig hoefden we alleen gele koorts en malariapillen. Ik kijk als een verschrikte kip, maar het doet alleen pijn aan je portemonnee: iets van 240€ voor ieder een prik en een handvol malariapillen, schandalig!

Hoewel prikken tegen gele koorts niet meer verplicht zijn, is het wel verstandig om te doen, want het is een tamelijk nare ziekte. Ook malaria is een serieuze bedreiging, dus moesten we ook aan de Malarone. Als je de TV reclames mag geloven kon je voor zoveel geld ongeveer een heel Afrikaans dorp beschermen. De Tanzanianen gebruiken zelf ook medicijnen tegen malaria, als ze dat kunnen betalen en dat zal beslist niet Malarone zijn.  

Op 30 december was het zo ver. Vroeg op en in lagen a.s. tropenkleding in de vrieskou naar het transferium in Barneveld, auto parkeren (gratis!), met het boemeltje naar Amersfoort en dan met de trein naar Schiphol etc. 

We boften enorm met een niet erg vol vliegtuig, waardoor we naar de comfortzone konden verhuizen: 10 cm meer beenruimte. Voor de lange afstanden zullen we dat  waarschijnlijk nog wel vaker doen! De vlucht duurt niet heel lang, ruim 8 uur. Voordat we het wisten kwamen we op Kilimanjaro Airport aan. En daar gelijk lachen: we werden ontvangen door een meneer met een witte jas en een mondkapje en moesten vertellen of we wel eens iets met de Mexicaanse griep te maken hadden gehad ... Jammer dat je van zo'n situatie nooit foto's mag maken (vliegveld, politie, leger e.d.)

Een taxi bracht ons naar de eerste verblijfplaats: Moivaro Lodge. Onderweg hing ik zowat met mijn neus uit het raam om de typische geur van Afrika op te snuiven. Kijken, luisteren en ruiken, drie elementen die een verblijf in dat deel van Afrika zo heerlijk maken.  We kregen een kamer met een gigantisch bed omhuld door een klamboe en vielen direct in slaap.


31 december In alle vroegte - veel later dan 7 uur zijn we zelden opgestaan (deze opmerking voor A&W, die dat w.s. nauwelijks kunnen geloven) - kon ik meteen met m'n Swahili aan de gang. De jongens, die in de tuin aan het werk waren toen ik met mijn kijkertje naar buiten kwam, spraken niets anders, maar wilden wel een praatje maken!

Om 9 uur kwam onze chauffeur ons ophalen. Een knul van een jaar of 30/35 en hij heette Mike. Mike was vogelspecialist, zo was ons beloofd. De eerste vogel die ik hoorde was - uiteraard - een 'Bobby'. We hebben járenlang een Bobby ('n geelbuik buulbuul, die we zo noemden) gehad, meer dan één zelfs. Ze worden ongelofelijk tam en hebben een vrolijk geluid.
In de tuin van de lodge bloeiden begeerlijke, amaryllisachtige bloemen: (ik denk) Habranthus floryii

Mike bracht ons naar Arusha National Park, het gebied van Mount Meru. Terwijl hij daar het vele papierwerk regelde kwamen we in gesprek met een Nederlands stel dat een toer door heel Afrika deed in een lelijke eend! Langs de westkust naar beneden, maar in Nigeria via Kano in het noorden en via Cabinda in Noord-Angola. Spannend hoor. Kennelijk is het nu safe om door Angola te reizen. Toen wij eens overwogen om de reis Amsterdam-Kaapstad met de auto te maken was Angola oorlogsgebied en kon dat niet. 

Aan de ingang het bord met tarieven: Tanzanianen betalen 1500 TSH  (ongeveer 1$), anderen 35$. Verschil moet er wezen. Tot ons genoegen zagen we trouwens redelijk veel zwarte, w.s. Tanzaniaanse bezoekers in de parken. Die waren er 22 jaar geleden, de laatste keer dat wij er waren, zeker weten niet. Ook in andere parken en onderweg zagen we groepjes Tanzanianen die op safari in eigen land waren. Een goed teken van de economische ontwikkeling, lijkt ons. 

Dit park staat bekend om de aanwezigheid van Colobusapen, fraaie zwart/witte beesten waarvan de vacht in vervlogen tijden werd gebruikt voor ceremoniële mantels. Ze leven hoog in de bomen en meestal zie je niet meer dan een silhouet. We hebben ze wel van dichterbij dan zó kunnen zien, maar  te ver om een behoorlijke foto te kunnen maken. (rechts afkomstig van internet)

Het landschap was heel groen, want het regende regelmatig. Giraffen zie je vaak als eerste dier, zo ook hier.
Je ziet ze niet dikwijls liggen.

Wat je meestal ook vrij snel ziet zijn bavianen, vaak in grote troepen. Tuig is het, maar wel grappig. In dit park zaten bovendien blue monkeys en natuurlijk de kleine blauwballen: vervet monkeys; ze waren er allemaal......

Het is vaak heel moeilijk om aardige foto's te maken, want je mag bijna nergens de auto uit en als je er wel uit mag zitten er alleen maar bedelaars - vogels, apen e.d. - want dat is op de picknick-plekken. 
In Arusha National Park liggen een paar sodameertjes en die zitten vaak vol flamingo's.

Na de picknick (zonder bedelende beesten) gingen we een wandeltochtje maken met een andere gids (met geweer!) Wandelen in zo'n omgeving is geweldig; je ziet niet heel veel, maar je weet dat er van alles is, erg spannend. 




Een beekje is altijd leuk, met giraf ernaast nog leuker. De vogels zijn bijeneters (whitefronted bee eaters). De korstmossen wijzen op superschone lucht.

De wandeling voerde ons naar een niet zo indrukwekkende waterval. Wel mooi en interessant was de kluwen wortels die langs de wand naar beneden groeide.

Verder zagen we onderweg dik-diks, een snoezige, hertachtige beestjes (duikertjes). Die zijn bijna altijd met z'n tweeën en blijven een paartje voor het leven. 

Toen we om een uur of 5 thuiskwamen hadden we reusachtige zin in een kopje thee, even buiten op het terras. Ik zat nog niet of ik was al een keer of 10 door iets onzichtbaars gestoken, zo'n uitbarsting van jeuk. En dat blijft dan dagen lang een paar keer per dag exploderen. Hopeloos. 

We waren ook op deze oudejaarsdag vroeg gaan slapen, maar om 12 uur werden we gewekt door het geknal: NIEUWJAAR!! Wie verwacht er nou vuurwerk in Tanzania.  Heri ya mwaka mpya!!


1 januari Vandaag naar Tarangire, via Arusha. Mike moest dingen (geld) regelen bij zijn werkgever. Onderweg is er natuurlijk van alles te zien:

Het zag er over het algemeen welvarender uit dan 22 jaar geleden. We hebben bijvoorbeeld maar één keer iemand op blote voeten zien lopen. Er waren fietsen en mobiele telefoons. Voor de mensen hier zijn de mobieltjes niet vreselijk duur en sowieso stukken goedkoper dan een vaste aansluiting. Ze hebben in Tanzania een telefoongids voor mobiele nummers. Zo!
We zagen méér auto's en die zagen er over het algemeen moderner uit dan destijds. Hetzelfde gold voor de huizen. Op het platteland waren meer en mooiere huisjes te vinden en minder hutten. 
Mike had verzonnen dat we wel even bij zijn oma op bezoek konden gaan. Zijn ouders waren bij een auto-ongeluk om het leven gekomen en daarom was hij door zijn grootmoeder opgevoed. Eerst even een cadeautje kopen. Mike dacht dat een kanga, een lap, welkom zou zijn. Die kochten we in een winkeltje vlak in de buurt. 
Oma woonde in een kamertje van 2 bij 3 meter zonder raam, niet gezellig. Ze was blij met de kanga - ze spuugde erop als uiting van vreugde. Eigenaardig! Verder hadden we elkaar niet veel te vertellen.
Nog even geld halen naast een wisselbureautje met extravagante prijzen en op weg naar Tarangire.

 

Boma's onderweg


Tarangire National Park herinnerde ik me als een bosachtig gebied met veel baobabs, gerenuks - een niet zo veel voorkomende gazelle met een hele lange nek, die van struiken eet door er op z'n achterpoten tegenop te gaan staan - tseetseevliegen en een verrukkelijke lodge. Maar dat was begin 1973. 

De baobabs waren er nog altijd, maar veel minder; de tseetseevliegen helaas ook! De gerenuks waren verdwenen en het landschap was veranderd. Het was nu een meer open gebied. En al snel werd duidelijk waarom. We waren nog maar nauwelijks 'binnen' of de eerste olifant stak de weg over, pal voor onze auto. Er waren massa's olifanten en die waren er lang geleden niet. Olifanten moeten nu eenmaal veel eten en dan gaat het bos er op den duur aan!
Tseetseevliegen zijn behoorlijk onaangenaam. Ze zijn traag en geniepig als een daas, steken gemeen en zijn haast niet dood te krijgen, want ze zijn erg taai. Ze zaten gelukkig niet overal, maar af en toe kwam je in een zone terecht waar blijkbaar iets aanwezig was waar ze op af kwamen. 
Mijn Swahili 'kamusi' (woordenboek) bleek een tamelijk goede tsee-tsee-mepper.
Als we plotseling méér slapen dan anders, wil iemand dan een dokter waarschuwen?
De lodge was nog net zoals vroeger, maar er was een zwembad gebouwd, waarvoor een stel baobabs het veld hadden moeten ruimen, jammer, er stonden er nog maar twee. Ook de go-away birds waren er niet (meer). Dat is een grijze turaco (Engelse spelling, de Nederlandse weet ik niet) waarvan de roep het meest klinkt als 'go away', heel leuk. Hij eet o.a. de bloemen van baobabs. Later hebben we ze trouwens wel gezien.
Er waren flink wat huisjes bijgebouwd. Het uitzicht, vanaf een aardige hoogte naar beneden, was nog altijd even geweldig.
Tegenover ons huisje stond een boom te bloeien met groenig bloemetjes, niet erg opvallend, maar kennelijk aantrekkelijk voor vlinders, de meeste zwart met 4 witte, ronde vlekken. 

Tot mijn stomme verbazing joegen die de passerende monarchvlinders (foto) weg. We hebben ook genoten van het spel van een stuk of wat grondeekhoorntjes en van de brutale 'ashy starlings', grijzige spreeuwen met een lange staart en bleke ogen, die bij je op tafel komen zitten om te kijken of er wat te halen valt.

We waren nog maar net het park binnen of we kwamen een grote groep olifanten tegen en zo hoort het eigenlijk ook.
Nog nooit eerder zijn we zó dicht bij olifanten geweest. In Zuid Afrika moest je, dacht ik, op minstens 25 meter afstand blijven, maar hier was het maar iets van een meter of 5. Gelukkig weten de chauffeurs altijd precies wat wel en wat niet kan.

In de middag maakte we een toer door het park, gepest door de vliegen. Natuurlijk zie je altijd wel iets leuks, olifanten of impala's, bavianen en gekke bordjes.


"Waar heb je de Viagra verstopt ?"

Ook hier zagen we dikdiks (rechtsboven) en in termietenhopen soms pygmy mongoose. De meeste toeristen willen 'the big five' zien: olifanten, neushoorns, leeuwen, buffels en luipaarden. Wij hopen ook op de 'small five', pygmy mongoose, hyrax, schildpad, slang en bidsprinkhaan. Die zijn geen van alle makkelijk te vinden en al helemáál niet makkelijk te fotograferen.
Tegen de tseetseevliegen hangen hier en daar blauw en zwarte lappen, die in gif zijn gedompeld. De theorie is dat die twee kleuren aantrekkelijk zijn voor de krengen, zodat ze er op gaan zitten en vervolgens jammerlijk omkomen. En de praktijk?
Lang geleden waren er roadblocks waar je werd aangehouden, zodat de vliegenbestrijders met een soort vlindernetje je auto konden leegvangen, ook leuk!




Een wrattenzwijn steekt z'n staart (meestal) als een antenne in de lucht als hij gaat rennen. 
Hartverwarmende beesten, regelmatig gezien en vaak met baby's met die staartjes rechtop, enig!


De paarse bloem is een oude bekende, ik had hem in Nigeria in de tuin, de Thunbergia erecta. (Tuinboek voor de tropen, Bruggeman) 
Hier bij de ingang van de lodge. 

Rechts het huisje waar we over mochten beschikken. Ik had me voorgenomen, om, zo lang als het licht was, alleen maar te kijken - naar o.a. het prachtige uitzicht - te luisteren en te ruiken en dat ook gedaan. De kans dat we hier ooit nog een keer komen is vrij klein, dunkt me. 

De lodge ligt wat hoger dan het zuidelijker gelegen terrein, en dus is er een prachtig groen vergezicht, waar je af en toe de olifanten tussen de bomen ziet scharrelen. Rechtsboven is een 'sausage tree', naast de baobabs typisch voor deze omgeving.

2 januari We hoorden het al toen we in alle vroegte wakker werden: bah, regen! En niet zo'n beetje ook. 
We maakten 's morgens nog een tocht door het park, maar zagen niets dat we al niet eerder hadden gezien. Gelukkig weinig vliegen in actie.



Struisvogels zijn er natuurlijk ook

Terminalia?  Een beetje rare naam voor een kampeerplek. Daar gaan we niet heen. We slapen in de lodge. 

 

 Vervolgens gingen we op weg naar het mooiste plekje van de wereld: NDUTU.

Een lange, lange rit, want je moet over de bergen van o.a. de Ngorongoro, dus flink klimmen en later weer dalen. Tot onze verrassing lag er inmiddels over een flink stuk een prachtige asfaltweg, aangelegd met steun van en door werkkrachten uit Japan. 

Onderweg naar NgoroNgoro kom je door
Mto wa Mbu (muggenrivier). 

40 jaar geleden gemarkeerd door een schitterende flamboyant  met daaronder wat kraampjes met een rieten dak waar ze bananen verkochten; 

20 jaar geleden was er een flinke markt; 


Nu was het bijna een stad, maar de boom stond er nog steeds, deze keer helaas nauwelijks in bloei. Het plaatje hiernaast is 'geleend'.

Er werden nog steeds bananen verkocht (bananen zijn in de tropen veel en veel lekkerder dan hier! vooral die kleintjes) en de vooruitgang was ook zichtbaar aan de aanwezige mobieltjes, fietsen en zelfs brommers. Leuk hè, een Maasai in traditionele kleren achterop een brommer? Maasai houden er niet van om gefotografeerd te worden, dus het moet van achteren en vanuit de auto gedaan worden.
Wat ons tegenviel is dat de planning van de reis wat lunches betreft nogal verschilde met de verwachtingen. Vrijwel iedere dag werden we met een overleefbox op pad gestuurd en dat terwijl in de meeste lodges verrukkelijke lunches aan de gasten ten deel vallen ... Armoe, zo'n kartonnen doos met een stuk koude kip en een hardgekookt ei. Daarvoor stop je dan nog wel op een plek met tafels, stoelen en een w.c. Dit keer stopten we in Karatu (nog steeds regen, kun je niet even in de tuin gaan kijken en naar vogeltjes loeren) en bestelden Ko en ik een kop soep, lekker, van zucchini en kerrie. Mike moest tanken en bleef een tijdje weg. 

Waar de bergen begonnen, de toegang tot de Ngorongoro Conservation Area, hield het asfalt op en dat kwam voorlopig ook niet meer terug. Het is trouwens een mooie rit, door tropisch bos op hoogte en daarna de afdaling naar Serengeti, met een fantastisch uitzicht. De weg hieronder ziet er heel behoorlijk uit, maar dat komt doordat het water direct wegliep (wel kuilen, dus) zodat er geen modder ontstond. 

Toen we beneden waren zagen we veel ooievaars, onze 'eigen' Europese, die hier op vakantie waren met z'n honderden, maar ook zwarte soortgenoten. 

En het regende nog steeds toen we de Serengeti Highway bereikten. Deze Noord-Zuid weg is redelijk begaanbaar, ondanks gravel en kuilen. Maar voor de laatste 30 kilometer naar Ndutu moesten we de 'highway' af en verder over de steppe via een secundaire weg, bestaande uit moddertracks. Vanwege de modder zoeken veel chauffeurs een nieuw track, zodat het wel een 8-baansweg leek.

Uiteindelijk kom je onherroepelijk vast te zitten. Maar even onherroepelijk komt er altijd hulp opdagen. Iedereen houdt een goed humeur en zo blijft het leuk! En het levert bijzondere foto- en filmmomenten op!


Laat in de middag bereikten we Ndutu en kregen dit huisje als verblijfplaats.
Ndutu ligt in een stuk van Serengeti waar veel acacia's groeien. Je kijkt uit op het meer met dezelfde naam. Vanuit deze plek hebben Jane Goodall en Hugo van Lawick onderzoek gedaan naar hyenahonden. De allereerste keer dat ik er was waren zij en haar man in de lodge. 
In de film die Haanstra over Serengeti gemaakt heeft komt ook de eerste eigenaar van de lodge, George Dove, in beeld, een man met een grote snor, die eindigde in van die spitse punten. 

Logeren in Ndutu

3 januari Vroeg op om vooral een foto bij zonsopgang te maken, dan is het licht zo mooi. Wat later op de dag maakte Ko onderstaande foto, waarop overduidelijk is hoe ik zit te genieten: voor mij het allermooiste plekje op aarde!

De lodge is uiteraard wat veranderd, maar de sfeer is hetzelfde. De genetkatten komen - net als 40 jaar geleden - nog steeds 's avonds tevoorschijn. Ze zijn alleen niet meer zo schuw, want dit is de zoveelste generatie en al lang aan mensen in het restaurant gewend.

 

Het restaurant is gerenoveerd, met heel fraaie decoraties op de muur. 
's Morgens weer een 'gamedrive'. Door de vele regen was het modderig en deze kameleon stapte vrolijk door de blubber! De kleine dieren zijn minstens zo leuk als de grote. 

 

Als je zo'n stel 4-wheels in de verte bij elkaar ziet staan weet je al wat er aan de hand is: leeuwen of cheeta's (of 'n luipaard, maar dan is er meestal ook een grote boom in de buurt)!
Hier een tamelijk grote troep leeuwen. We telden er een stuk of 15, waaronder 7 pubers.

Wij hadden geen telelenzen en zo bij ons, maar elk een vrij simpele digitale camera. Je zit soms aan de verkeerde kant van de auto en dan is het makkelijk als de ander ook een toestel heeft. Ko heeft alle video's gemaakt. Die hopen we later nog een keer aan dit verslag toe te voegen.

Ook kun je lang niet altijd genoeg dichtbij komen en meestal lopen dieren weg als je stopt en krijg je alleen konten te zien! Een behoorlijke, laat staan goede, foto maken is helemaal niet makkelijk. 

 

 

zo boeiend zijn leeuwen meestal....

 

 

Eén jeugdig en ondernemend typje had het hogerop gezocht en lag daar mooi te wezen!
Net als huiskatten liggen ze precies in dat ene beetje schaduw. Nu scheen de zon toevallig en was het dus gelijk warm!

Een bat-eared fox krijg je misschien maar één keer te zien en dan moet je genoegen nemen met de foto die je - vaak in haast - hebt kunnen nemen. 
De sandgrouse hoort tot de duivenfamilie. Leuk om te weten is dat zij/hij water voor z'n jongen in haar/zijn veren naar het nest vervoert.

 

 

Adelaars en gieren zitten er natuurlijk ook 

 

2 gieren boven in een boom (white headed vultures). 

 
Later hadden we nog een keer geluk: cheeta's. Die zie je niet echt heel vaak, ze liggen vaak achter bosjes en te ver om goed te zien (je mag niet van de 'weg' af) en dan liggen ze ook nog dikwijls te slapen.

Deze waren redelijk actief, of nerveus door het bezoek? Ze liepen tenminste af en toe heen en weer. Helaas hadden ze geen zin om op jacht te gaan. 

Bij de lodge het begin van een termietennest, tussen het typisch tropische, breedbladige gras. Voor de eigenaars van de lodge een plaag ' vrijwel elk jaar moesten houten onderdelen vernieuwd worden'. Zeiden ze ... Zou dat nou? 

Boven een lid van de hibiscusfamilie, op ware grootte.

 

Dit is de warmwatervoorziening in Ndutu. Ook in Tanzania willen de reizigers wat comfort, waaronder warm water. Elektriciteit is schaars en dit afgelegen gebied zijn de lodges op een eigen generator aangewezen die vaak maar bepaalde periodes per dag draait. Warm water wordt gemaakt door de hier zo genoemde Tanganyika-boiler. Per 4 huisjes ligt er een zonnepaneel voor de verwarming van water, dat in het vat wordt opgeslagen. Mocht er niet genoeg zon zijn, zoals nu, dan kan er in noodgevallen met een houtvuur-booster bijverwarmd worden. 

Ook in Zimbabwe hadden we zulke boilers al eens gezien: een vat water op een hoge schoorsteen, waardoor ook voldoende druk op de leiding kwam te staan. 

 


En toen begon het alweer te schemeren op onze laatste avond in dit verrukkelijke oord.


4 januari 's Morgens maakten we nog een rit in dit gebied, rond Lake Masek en dat leverde nog een mooi plaatje van zebra's op. Daarna gingen we onderweg naar de grote Serengeti vlakte. Serengeti is Maasai voor 'eindeloze vlakte'. 

Je weet nooit wat je onderweg tegen zult komen. De chauffeurs houden elkaar wel op de hoogte als er ergens iets bijzonders te zien is. Ze waarschuwen elkaar altijd als er leeuwen, cheeta's of een luipaard te zien zijn en gebruiken daarvoor cryptotaal. Masikio b.v. betekent 'oren' voor als er olifanten zijn, madoa (vlekken) voor luipaard of cheeta. 

Ze stoppen als je elkaar tegenkomen om te babbelen en soms gebruiken ze hun radio's. 

Wij rijden naar Lake Masek met tientallen reigers met zwarte nekken en af en toe iets anders ertussen. 

 

Ook kwamen de eerste gnoes of wildebeesten in beeld. Waarom het gnoes zijn en niet gnoeien is volstrekt onduidelijk. 

Daarna reden we de vlakte op, weer via de Serengeti highway, en dit keer was de modder al een beetje opgedroogd. 

Normaliter zou de trek nu op Serengeti moeten zijn aangeland: honderdduizenden gnoes. Maar helaas, de regens waren erg laat gekomen en de gnoes dus nog niet. Ik vond het buitengewoon jammer, want Ko had het verschijnsel nog nooit gezien.

 

Je kunt ook zomaar ineens leeuwen aantreffen die ergens een beetje in de modder ligt te wachten op iets. Of misschien in de buurt haar jongen heeft verstopt. 

Deze zagen er niet al te florissant uit. 



Of weer een andere soort hibiscus, dit keer met een geel bloemetje. Foto ongeveer ware grootte. Soms zie je ook een bloem die je helemaal niet thuis kunt brengen, zoals het groenige geval links. Het is een bolgewas, maar wat?
Later gehoord: Androcymbium striatum of pyjamabloem. 
Op de vlakte vind je ook grote hoeveelheden gazelles, hoofdzakelijk Thomson- en Grant-gazelles. 'Tommies' zijn wat kleiner (maar nog altijd groter dan dik-diks) en hebben een zwarte streep over de flank. Grants zijn weer wat groter en hebben een zwarte streep over de kont. Impala's en hartebeesten (hartvorminge horens) zie je vaker in een wat meer begroeid gebied. 
Andere beesten die je op de vlakte ziet, zijn hyena's, jakhalzen, vossen, buffels, wildebeesten (gnoes) - daarvan hebben we nauwelijks foto gemaakt - en  natuurlijk leeuwen. 

Van Ndutu via Seronera naar Mbalageti (70 km van het Victoriameer) is plm  190 km. Via de moddertracks is een gemiddelde van wel 25 km/u te halen en op de centrale weg met gravel wel 50 km/u. Zodoende deden we, exclusief game drive rond Masek, over het stuk naar Seronera (90 km) ongeveer 3 uur. 

In de Seronera lodge werden we geweigerd met onze lunchboxes en daarom gingen we naar de picknick plaats van het Visitor Centre, heel goed verzorgd en met leuke vogeltjes en dassies. 

De boom achter de rieten parasol is een soort euphorbia! 

 

De vogeltjes links zijn grey headed social weavers en ze kwamen ook op tafel zitten, net als hun gele soortgenoten, waarvan onze foto niet scherp genoeg was. 
Dassies, officiële naam hyrax, zijn ontzettend leuk. Ze leven in het gebied van de kopjes, waarvan we er wel wat gezien hebben, maar niet veel en we hebben er geen foto's van gemaakt. De regen en de slechte omstandigheden van de wegen kostten te veel tijd. De hyrax is een nauwe verwant van de olifant, gek genoeg. Ze zitten in grote groepen op de vaak enorme, ronde keien van de kopjes en worden dikwijls erg tam. Hier bleven ze gewoon liggen als je aan tafel aanschoof. In 'n lodge in Kenia kwamen ze op schoot zitten en in Nigeria waren er mensen die er een als huisdier hielden, wel een ander soort hyrax. Die konden overal tegenop klimmen en gebruikten de w.c.! 

Nieuwe verschijningen waren de topi's, een er heel gezond uitziend soort gazelle, roodbruin en zwart met gele poten. Deze foto komt van internet, want we hebben geen goede kunnen maken. 

Toen we eindelijk bij Mbalageti waren stopte onze chauffeur bij een trapje ... tot mijn schrik moesten we een wiebelende hangbrug over met eronder een woest kolkende rivier vol krokodillen (grapje).

 Ik heb het niet zo op dat soort bruggen, maar mijn vriendin Joke zou vast enthousiast zijn geworden. Dat zou ze ook geweest zijn van deze heerlijke lodge. 

Eerst werden we verwelkomd met een lapje om je gezicht en handen even te verfrissen, daarna een glas guavasap. Het kon bij mij al direct niet meer stuk, want dat is ongeveer de enige frisdrank waar ik écht blij van word. 

We kregen verblijf in een grote tent met daarin een breed hemelbed. Overal hingen fraaie Afrikaanse decoraties. Na een aantal jaren wonen in Nigeria en regelmatig verblijven in allerlei landen op vele reizen heb ik nogal wat gezien op dit gebied en er is enorm veel troep bij, maar hier waren de gebruikte voorwerpen van een dergelijke kwaliteit dat je er begerig van zou worden. In de eetzaal b.v. hadden ze 9 verschillende hoofdsteunen in een vierkantje aan de muur gehangen. Hè wat stom, dat ik dáár nou geen foto van heb gemaakt!  

Het beeld links komt waarschijnlijk niet uit Tanzania, maar eerder uit Congo of westelijk Afrika. Ik neem aan dat het gebruikt werd bij vruchtbaarheidsrituelen. 

De lamp was van allerlei knekels gemaakt met een schedel van het een of ander bovenin; niet mooi, wel origineel.
in het donker mocht je niet alleen over het terrein lopen, want er zit van alles. We hoorden zowel leeuwen als hyena's ... We waren dus aangewezen op een escortservice als we wilden eten. 
We hebben er superlekker gegeten, maar waren, jammer genoeg voor de eigenaren van de lodge, de enige gasten. Deed niets af aan de service en hartelijkheid van het personeel!

De escortservice bestond o.a. uit deze knappe Maasai warriors die ons steeds naar eetzaal of tent begeleidden. Links Toti, de andere is Asholom. Ze liepen op bijzondere sandalen: een min of meer op maat gesneden stuk autoband met brede leren riemen, heel apart. [Foto dankzij buurman Cor, die altijd àlles kan vinden, ook een foto van Maasai- sandalen]
5 januari 's Morgens maakten we een tocht in de omgeving - eerst over die enge brug - naar een rivier met krokodillen, maar daar vinden we eigenlijk niet veel aan, ze doen nooit wat. Onderweg zagen we kroonkraanvogels. Deze foto is van internet. De vogels die we zagen, waren net als deze aan het baltsen, waarbij het mannetje met gespreide vleugels en knikkend met kop en hals om het wijfje heen danst. Het is de nationale vogel van Oeganda.
<

Toen we naar onze tent liepen kwamen we bavianen tegen. Die waren blijkbaar ook rond de tent op zoek geweest naar iets van hun gading en hadden - als beroepsinbrekers - een visitekaartje achtergelaten.

Ik heb ook het oor van onze chauffeur (van de lodge, die ons in een terreinwagen naar die enge brug bracht) zitten bestuderen. Maasai hadden de gewoonte (misschien doen ze het nog) enorme gaten in hun oorlellen te maken, waar ze van alles in konden stoppen, b.v. de hulsjes van fotorolletjes. 
Zo te zien zijn hun oren daartoe al voorgeprogrammeerd

.

'Middags zijn we thuisgebleven na de alweer heerlijke lunch. Het terras bij het restaurant was geweldig.  Wat een uitzicht! Ook op het terrein viel van alles te bekijken: vogeltjes, vlinders in allerlei uitvoeringen en plantjes, zoals dit blauwe snoepje, dat lijkt op commelina, maar slechts 2 bloemblaadjes had waar commelina er 3 heeft. (Is ook een commelina, heb ik later gehoord.)

Ik ben blij dat ik op tijd geleerd heb dat je blauwe bloemen onderbelicht moet fotograferen om de kleur, zoals hier, precies goed te krijgen. 
We hebben hier echt genoten!

 

6 januari  Na dit heerlijk verblijf moesten we het hele eind weer terug. 's Nachts was er een stevig onweer geweest met veel regen, mijn buik ging wederom op de loop en niet zo heel ver weg brulde een leeuw. We moesten om 1/4 over 5 op, om 6 uur weg (over die brug in het donker!) met ontbijt- en met lunchbox, want de reis ging nu helemaal naar Ngorongoro.  

Onderweg ondermeer deze witbloeiende mimosasoort, Acacia kirkir geheten, die door de Maasai als medicijn wordt gebruikt om malaria en maagklachten mee te behandelen. 

Hoewel het geregend had, was de weg deze keer heel wat beter begaanbaar.

Om 1/2 10 zaten we weer in het visitor centre van Seronera, nu nat van de regen en met minder interessante vogeltjes. Maar wel eentje die 'uncommon' was: speckle fronted weaver. Als ik iets zie waarvan er 3 plaatjes in het boek staan met kleine verschilletjes, dan ga ik er altijd maar van uit dat ik de meest algemene soort in de kijker heb, maar van deze was er maar één plaatje! Foto rechtsboven (van internet), 'n schatje, wat! Links een wattled plover en in het midden een leeuwerik of zo bovenin een struik, die whistling thorns wordt genoemd. Hij zit n.l. vol met gallen, die zwarte bolletjes. Als de galwespen zijn uitgevlogen hebben ze een klein gaatje in de gal achtergelaten. De wind door al die gaatjes veroorzaakt het fluitende geluid. 

We gingen nog een eindje rijden rond Seronera, want daar zou wel een luipaard te vinden zijn. En die was er ook, twee zelfs, een jonkie en een volwassen exemplaar, allebei hoog in een boom. 
Luipaarden mogen graag hun prooi een boom in hijsen. Lijkt me niet eenvoudig. getuige het skelet dat we ergens onderweg in een boom zagen hangen. 

De luipaarden zelf waren ver weg en tegen het licht, dus de foto's werden niks. Daarom er maar een geleend. 
Dat er een luipaard te zien was kun je opmaken uit de aanwezigheid van al die terreinwagens op één plek. We moesten echter de tijd in de gaten houden, want om 12 uur moesten we het park uit zijn, anders kostte het opnieuw entreegeld en dat is niet weinig. Je betaalt en kunt dan 24 uur blijven; als je je 5 minuten te laat afmeldt moet je hele dag bijbetalen. Maar alles ging goed, ook al was de weg nog steeds in beroerde conditie. 

Niet heel veel later kregen we te maken met een heel andere opstopping: De Olduvai rivier, meestal een stroompje van niks waar je zó doorheen rijdt, was door de vele regen erg vol en was te diep om over te steken. Dat betekent eenvoudig wachten tot het water voldoende gezakt is en hopen dat er niet meer regen valt. Aan onze kant stonden iets van 60 wagens, aan de andere kant ook. 
Maasaivrouwen kwamen kijken: leuk, er gebeurt iets! 




Niet iedereen maakte zich hier druk om.

 Deze mestkever had net een fijne grote bal gevonden, en die moest in veiligheid worden gebracht. 


Leg néér, die bal.....

 


Ko verwachtte grote narigheid als de rivier weer ondiep genoeg was, want aan allebei de kanten stond het verkeer opgepropt, maar toen het na anderhalf uur zo zover was ging het eigenlijk vanzelf. 

 

 


Tegen de avond kwamen we aan in Sopa Lodge Ngorongoro, heel mooie lodge, prachtige kamer, maar hartstikke koud, 12°! Ja, we zaten op zowat 2400 meter en het was de hele dag bewolkt en regenachtig geweest. Toen we om een uur of 9 gingen slapen vonden we warme kruiken in bed!

7 januari De Ngorongoro krater is een oude vulkaan, met een doorsnee van plm 20 kilometer. De vrijwel vlakke kratervloer heeft grasland, wat bos en meertjes. Dat vormt zodoende een natuurlijk wildreservaat. De kratervloer ligt op plm 1800 meter hoog en de kraterrand is ongeveer 600 meter hoog. Op de rand liggen enkele lodges, zoals Sopa, zodat we vanuit de kamer zo in de diepte van de krater keken! De bodem zag er volkomen leeg uit, maar wel heel fraai met die vage regenboog en de zon die op de rand aan de overkant valt. 

Om de lodge zaten duiven die een vreemd blafachtig geluid maakten: Speckled pigeons
In sommige muurtjes groeit een goede bekende: Erigeron karvinskii. Die doet het nou echt overal, in Zoeterwoude, in Pierrerue en dus ook in Ngorongoro!
Elke vakantie maken we altijd 'een foto voor Gita'. Dit keer is het er eentje van Ko op de rand van de Ngorongorokrater, werelderfgoed!

Om een uur of 9 reden we naar beneden. Er waren niet zo heel veel bezoekers, lekker rustig. De dieren in Nogorongoro zijn bezoek gewend en je kunt er vaak heel dichtbij komen zonder dat ze meteen weglopen.

Zo kregen we portretten van een gnoe of wildebeest en van een grant gazelle.

 

Op de vlakte zie je af en toe een secretarisvogel. Die vliegt eigenlijk nooit, maar loopt altijd op slangetjes te jagen. Een beetje deftig persoon, met een zwarte broek aan, vandaar de naam. Of van die pennen op z'n kop.
Op een bepaald moment word je blasé: je stopt niet meer voor een gazelle, zebra of gnoe. Er zijn genoeg andere zaken om te bekijken. Zo stond daar, direct toen we op de kraterbodem aankwamen, een amaryllis te bloeien. 
Ook waren er andere bijzondere vogels: v.l.n.r. een Abdim stork, met dat kleine blauwe vlekje onder het oog, een kroonkraanvogel en een kori bustard. In het Nederlands heet dat beest een trapgans. 

Een gezellig wrattenzwijn, dat nu eens niet met de rug naar ons toe ging staan. 
De picknickplek, waar vanouds de kites (wouwen) de kip uit je vingers pikken, haast zonder dat je het merkte, was iets verplaatst en er was nu ook een toiletgebouwtje. Wel stonden er wel 30 auto's, een stuk drukker en die hoorden bij opvallend jonge mensen. Er liepen nu ook meer bedelaars rond, zoals helmeted guineafowl, een soort parelhoender. We hebben ze onderweg heel vaak gezien, altijd met z'n tweeën en stom voor de auto uithollend als je ze midden op de weg tegenkomt, masked en redtailed weavers, linksonder op de deur van de auto. Als de mensen zich aan de regels houden en de dieren niet voeren komen ze niet. Maar ja, beestjes voeren is leuk, al mag het nergens. 


Ook in de krater geldt: als je een file ziet is er iets te zien: meestal voor leeuwen, cheeta's, luipaard of neushoorn.
Ze staan er meestal niet voor b.v. een hyena, die we toch maar weinig in beeld hebben gehad. 
Naargeestige en verfomfaaide beesten zijn het ...




Onder: een weverkolonie aan het werk  in een doornige struik. Het was er een gekwetter van belang.




 

 

     

-


8 januari Vanuit Nogorongoro reden we weer in de richting van Arusha. Aan het eind van het park vonden we het begin van de asfaltweg, wel weer lekker. Bij het verlaten van een park moet er weer het nodige papierwerk worden gedaan, dus loop je even rond. Tussen de bavianen. 

We wilden onderweg nog wat cadeautjes kopen. Genoeg souvenirwinkeltjes in Karatu en Mtu wa Mbu. We vonden wat we ongeveer zochten en dan moet je natuurlijk nog een tijdje onderhandelen. Nieuw waren de vele schilderijen in felle kleuren en ook waren overal Maasailappen te koop. Wel leuk, maar je moet ze wèl kunnen gebruiken, anders kunnen ze regelrecht naar het spijt-museum.

Daarna gingen we naar Manyara, het park waar Iain Douglas Hamilton zijn onderzoek naar olifanten heeft gedaan. 

Mooi blauw is niet lelijk, om jaloers op te worden. Rechtsonder: 'Blue monkey'.

We zagen er wat apen zoals de vervet monkeys met hun fraaie blauwe ballen, te ver weg om (zelf) een goede foto te maken. 

Ook een mooie groep olifanten, afstammelingen van de dieren die Iain Hamilton heeft bestudeerd?

Videoclip: Olifanten met geluid van een nachtegaal...

Nijlpaarden mogen hier natuurlijk niet ontbreken en in de hippopool zaten er dan ook een heleboel. Foto's waren niet zo goed gelukt, en de videobeelden zijn een beetje saai, maar wel is goed te horen wat voor gezellig geluid ze maken.

Een groep kinderen op schoolreisje. Ze gedroegen zich onberispelijk! Renden en gilden niet en hielpen allemaal mee om de rommel op te ruimen. Mooi hè, die zilveren schoenen met hakken

Mangoesten in een termietenheuvel

Onze laatste nacht sliepen we in een een tent in Kirurumo, een grappige lodge. We gingen vroeg slapen, 9 uur licht uit en ik werd om 1/4 over 5 gewekt door een haan en heb toen gezellig liggen luisteren naar de ontwakende vogels. Er zat o.a. een bushrobin die heel mooi zong, leuk!


De slinger?plant hiernaast kon ik niet thuisbrengen, euphorbiasoort? Wordt gebruikt als dakbedekking.

 

9 januari Na het vertrek nog een ritje door Manyara. Helaas waren de massa's watervogels, die we er jaren geleden gezien hadden, nu even op vakantie. In de hippo pool, vooral leuk om de geluiden die nijlpaarden maken; zat indertijd van alles: pelikanen, reigers, ooievaars, maar nu waren er alleen een paar reigers.

Gelukkig is er onderweg ook altijd van alles te zien: een Maasai op de fiets, een groene  tuktuk. die hier een bajaji heet. 
In Kirurumo was geen internet. Daarom zijn we weer naar Mto wa Mbo gereden om daar op de camping in het internet-café onze vliegtuigstoelen (gezien de komende nachtvlucht met extra beenruimte) te bespreken. 

De lemen hutjes zie je niet veel meer. Uit dit huisje kwamen wel een stuk of 7 kinderen tevoorschijn en gelukkig had ik even zo veel Werthers bij me.

Tijd om richting Arusha te gaan. We besloten om in de middag een kopje thee te gaan drinken in het Arushahotel, waar we 22 jaar geleden een paar keer een nacht geslapen hadden. Ik herinnerde me vooral de tuin met veel  Euphorbia pulcherrima , die in Nederland als Kerstster - met die rode bloemen - verkocht worden, maar hier struiken van anderhalve meter met kameleons erin. 

Ik herkende niets in het hotel, de kerststerren en de kameleons waren ook weg. Maar het was goed verzorgd en dat was het indertijd niet. Toen was het een nogal ongeorganiseerde chaos.

 

Er bloeide wel iets anders: iets wat bij de bananen hoort, ik denk Heliconia rostrata, linksonder en iets totaal onbekends. Lekker fel en tropisch aandoend. En dat is: Mussaenda erythrophylla, ik kwam hem toevallig tegen in 'Tuinboek voor de tropen', van Bruggeman (kreeg ik van iemand toen ik met mijn eerste echtgenoot trouwde en een maand later naar Nigeria zou gaan, geweldig cadeau!)

Eenmaal in Arusha was het tijd voor de middagregen. De marktvrouwen bleven ondanks de stromende regen lachen. Zo hoort het ook in Afrika, waar er heel wat te lachen valt. Als je de humor van die streek niet kunt volgen kun je beter thuisblijven.

In Arusha was om 2 uur de vrijdagmiddagspits al losgebarsten. In de wijk waar de markt werd gehouden was het reuze druk, met handelaars, fietsers, vrachtauto's en busjes (die heten dala-dala) die allemaal een eigen naam of spreuk hebben. 

We reden een tijdje achter 'The Power of Jesus' en ontmoetten ook 'Jesu ni jibu la maisha' (Jezus is het antwoord op het leven) en Bwana ndiye mchungaji ( de Heer is waarlijk de Herder). Toch nuttig, als je wat Swahili geleerd hebt.

We hadden niet veel haast: ons vliegtuig ging pas om 11 uur. Gelukkig maar, want op de weg naar het vliegveld was er een ongeluk gebeurd met twee vrachtauto's en dan ontstaat er dus weer een leuke file, waarbij iedereen zijn best doet om het beschikbare asfalt (!) te bezetten. Na een uurtje was dit ook weer voorbij, zodat we al om half zeven op het vliegveld waren. 

Op het vliegveld stonden vrij toegankelijke computers waarmee we onze mail konden nakijken. Heb je wat te doen tijdens het lange wachten: mooie vondst.

Dankzij de extra beenruimte was de vlucht comfortabel. Goede vriend Joop was op het vliegveld om ons te verwelkomen, hartverwarmend. Met dat warme hart stapten we in de trein en later in het boemeltje langs de besneeuwde velden (Kippenlijntje Amersfoort-Barneveld) om in het ijskoude transferium onze auto met een dooie accu aan te treffen. 
Gelukkig hadden we nog wat Afrika-humor over!