Costa Rica 2017           naar onder
Dit was het plan: na aankomst in San José 2 dagen bijkomen, en dan zelf rijden (muis over kaart voor vergroting)

26 januari. Zoals altijd begint het met de reis. Joop bracht ons (ook al bijna zoals altijd) naar Schiphol en daarna begon het lange in de rij staan of/en wachten. 

Dan is een bijzondere klok leuk om naar te kijken: de geprojecteerde illusie dat iemand hem van binnen staat schoon te maken.


Ook een dame onder de vele andere wachtende trok mijn aandacht. Helaas kun je niet zomaar een foto van iemand maken, dus ik heb haar maar zo goed mogelijk onthouden: een  jonge moslim dame met een knap gezicht omhuld door een luchtmachtblauwe sluier. Een jaar of 30. Zij had kuiltjes in haar wangen met in elk kuiltje een gouden bolletje. Nooit eerder gezien! In een neusvleugel ook een fijn gouden ringetje. Ze zat zachtjes in een of andere taal, w.s. Arabisch, te praten, terwijl haar telefoon op haar schoot lag. Ik ben een beetje achterlijk als het om techniek gaat en had pas na enige tijd in de gaten dat er in een van de witte draadjes, die van onder de sluier naar de telefoon leidden een piepklein microfoontje zat. Zij had ook een boek bij zich en ging, na haar telefoongesprek,  daarin zitten lezen: English Poetry. 
Joop beweert al tijden dat er complotten over van alles en nog wat zijn. Zoals met die haardingetjes.

Hij heeft gelijk: nu lag er weer zo'n dingetje. Op het damestoilet!

Kijk maar eens om je heen: je ziet ze overal  liggen. Kan geen toeval zijn.


De reis verliep verder zonder grote bijzonderheden. Op de vlucht naar Toronto was het cabinepersoneel 60+!! De steward vertelde ons dat hij per reis betaald werd en dat hij de week hierna nog een keer naar China ging - intercontinentaal leverde goed op - dan had hij weer genoeg voorlopig. Wel was het bij de nooduitgang (meer beenruimte) verrekt koud en de meegenomen fleece-deken was eigenlijk niet genoeg. 
De tweede etappe vlogen we met dochteronderneming van Air Canada, Air Canada rouge, een soort van Ryan Air: je mag  meevliegen en je kunt water krijgen, maar daar houdt het dan ook mee op. Voor méér moet je betalen en een TV-schermpje  met films en/of spelletjes is er niet bij. Ook goed. 
De volgende avond werden we afgehaald en bij ons hotel Bougainville afgeleverd. Daar zouden we twee dagen blijven, prima hotel!
27 januari. Zoals gebruikelijk waren we om ½ 6 op, Ko misschien ietsje later. Voor het ontbijt had ik al op ons balkon naar buiten staan loeren en 7 onbekende vogeltjes geregistreerd. Deze Baltimore oriole bijvoorbeeld.
De blauwe tanager zat op de voedertafel voor het raam van het restaurant, dus tijdens het ontbijt, overal met veel fruit!, ging het vogelkijkfeest gewoon door. 

In de tuin een oude bekende: een monarchvlinder op de plant waar de kinderen straks op groot gaan worden: Asclepias = zijdeplant. 

Ook in de tuin, uiteraard: bougainville. Ik vind de paarse (dat is trouwens niet de bloem, die is klein en wit, maar het schutblad) die je veel in zuidelijke landen ziet, wel goed passen bij de zonnige sfeer, en ook de kersrode kan ik wel waarderen. Maar ik houd helemáál niet van de bleek worteltjeskleurige oranje, noch van de witte,  meestal vol bruin van uitgebloeid. Die twee zijn veelal van grote armetierigheid. 
De ROZE daarentegen is een uitgesproken schoonheid en je ziet hem zelden. Een struik die alleen in de juiste omstandigheden wil gedijen en tropen zijn daarvoor een eerste vereiste. Zie hieronder. 

Wat ik erg leuk vind in Zuid Amerikaanse landen is het feit dat veel bomen weer een tuintje op zich zijn: begroeid met mos, bromelia's, orchideeën, varens. T.z.t. heb ik vast wel een leuke foto van zo'n boom. 

In een boom in de tuin van Hotel Bougainvillea een pol orchideeën en in die pol een nestje met een broedend duifje. Bij mijn beste weten een common ground dove. Een klein duifje, niet veel groter dan een merel en, hoewel de boom direct naast het wandelpad en het nest min of meer op ooghoogte was, zou ik er zó langs gelopen zijn als niet toevallig een van die twee - man en vrouw zien er hetzelfde uit - net was komen aanvliegen. 

Nog meer moois in de tuin hieronder: een fraaie klimmer met blauwe bloemen en een leuke groene hagedis. 

's Middags gingen we in een nabijgelegen SODA (cafetaria) lunchen. Men had verteld dat het eten in Costa Rica maar matig was, elke dag rijst met bonen. Viel dat even mee!! Niet alleen rijst met bonen (casado) was meestal heel smakelijk, maar er was ook allerlei ander lekkers, zoals de kippen-wrap die Ko hier kreeg, of de heerlijk met allerlei groenten gevulde aardappels, waar ik van gesmuld heb. De zure room in dat kommetje daargelaten. Gezien het water in Costa Rica bijna overal zo te drinken is was er ook geen probleem met sla of ijs eten.

Onderweg is tegenwoordig veel techniek nodig: steeds moet er van alles opgeladen worden. Niet alleen de telefoon, maar ook 3 tablets en 3 camera's.
Ko en ik hebben allebei een zakformaat digitale camera, dezelfde Panasonic. Ik heb de mijne al een jaar of 5, die is dus stokoud, haha, maar ik kan ermee lezen en schrijven. Fantastisch voor macro-opnamen. Sinds kort heb ik er nog een van Panasonic, met een telelens, maar die is tamelijk moeilijk te focussen en die heeft Ko vooral gebruikt om dingen veraf te fotograferen. 
De eerste kolibrie is een belevenis en het beestje moet dus op de foto: met de telelens, niet scherp en zonder enige kleur, maar: Wow!!! een kolibrie!!! Misschien bestaat er wel een camera voor oude dames die kolibries willen fotograferen: makkelijk te richten en niet zwaar op de hand?
Al jaar en dag maken we een foto van elk bed waarin we slapen en die gaat dan in ons 'beddenboek',  maar de klad is er een beetje ingekomen met de komst van de digitale camera. Ook brengt de oude dag wat vergeetachtigheid met zich mee. Maar hier hebben we er nog aan gedacht: een heerlijk bed!

Morgen gaan we hier op reis.

 

28 januari. We gaan op weg naar San Gerardo, op een hoogte van 2500 meter, maar niet heel ver weg. De route voert voor een groot gedeelte over de Pan American Highway. 

Het gele bordje is een waarschuwing voor de nabijheid van een school. In het komende stuk mag je niet harder dan 25 rijden als de school aan- of uitgaat. De scholen hadden trouwens vakantie, volgende week weer beginnen.

Je komt niet op het idee dat ze in een farmacia bloemen verkopen, toch? Ze hadden er ook koffie, fruit, allerlei eetwaar en oorbellen. Iets dat veel op een mus leek en er ook familie van is - rufous-collared sparrow - kwam snoepen van achtergelaten frietjes.
Veel mooie bloemen langs de weg, maar we konden zelden stoppen om ze te bekijken en/of te fotograferen. De weg was niet breed en had maar hier en daar plek om te stil te staan. Zo heb ik me zitten verbijten, omdat ik graag die fraaie struik hierboven rechts wilde bekijken. Gelukkig lukte het een keer. Hij was er ook in heel licht roze, maar ik weet (nog) niet wat het is. Vandaag 20/2 wel: Centradenia floribunda en om dat te weten te komen heb ik de eerste 5 delen van mijn plantenencyclopie doorgebladerd. Nog 21 delen te gaan voor de rest van de onbekende bloemen. 
Ook vaak langs de weg iets met reusachtige bladeren, familie van  rabarber. Het blad wordt als paraplu gebruikt bij onverwachte regen ...

Bij aankomst in de Dantica Lodge, San Gerardo, kregen we huisje nr 2 (en vergaten een beddenfoto te maken). Er zat een fraaie afdruk van een vogel, die er tegenaan gevlogen was, op het raam. Zo te zien een papegaai. Of misschien een duifje.
Ik was enthousiast over de fraaie decoraties die op veel plaatsen in deze lodge aan de muur hingen. Zoals b.v. deze twee stokpoppen in ons huisje. 

De lucht is hier zo schoon, dat het rendiermos aan de paaltjes van de prikkeldraadversperring  groeit. 

Ook was het eten erg lekker. In de buurt werd forel gekweekt, heerlijk was ie.

Waar ik echt helemaal verrukt van was was dat er een superkleine kolibrie rondvloog en dat die tamelijk tam was. Er hing een 'feeder' met suikerwater bij ons zitje en we konden gewoon blijven zitten kijken hoe de kolibries kwamen drinken. Er waren meerdere soorten, maar dat kleintje was het minst schuw.

 

Dat is toch niet te geloven? Het vogeltje was maar een cm of 5 groot - niet eens veel groter dan de kolibrievlinder in Frankrijk of de helft van een goudhaantje. Grootte ongeveer als op de foto. Zij -dit is een vrouwtje van scintillating hummingbird - was ook smaller dan op de foto, want het was koud en ze heeft dus haar veertjes opgezet.  
Zo'n beestje maakt een nestje en legt eitjes en die zijn nog geen centimeter groot. Je begrijpt ook niet hoe ze zich warm kunnen houden, want het was er verrekt koud. Overdag was het wel lekker, maar zodra de zon weg was, uur of 6, koelde het af tot een graad of 7 buiten en in ons huisje was het maar 14°. Ik heb een thermometertje aan mijn vakantietas! 

Er was een kacheltje (methanol-vloeistof) in de kamer en een straalkacheltje in de badkamer, maar het was verre van aangenaam. Bovendien was er wel een koffiemachine, maar géén waterkoker. Heet water kon via het koffieapparaat, vond men. Geen smeriger thee dan gemaakt in een koffiezetter, gadver! Ik had één pakje thee meegenomen, twee was beter geweest.

En vandaag 29 januari was het: vroeg (½ 6) opstaan en vijf lagen kleren aan, want: QUETZAL zoeken. Daar boekten we een gids voor, maar het had heel goed zonder gekund, want er was maar één route richting quetzals en op de plek waar ze zouden zijn stonden drommen mensen met grote toeters te wachten. 
 

 

Hordes mensen dus met camera's met megatelelenzen en driepoten om die gevaartes op te zetten. Je mag door de telescoop van je gids kijken en ik zie dan nog steeds niks; het beeld is zoiets als de foto hieronder. Die is trouwens door de gids via zijn telescoop gemaakt. 

Meneer en mevrouw quetzal komen 's morgens vroeg eten in een avocadoboom, die boom daar op foto linksonder, midden, hoog. Dan blijven ze een kwartier zitten om het vruchtvlees te laten verteren en vervolgens de pit uit te spugen en vertrekken dan naar andere plekken, waar het niet zo vol met toeters en zo is.  
Van mevrouw Q. maakte Ko een redelijke foto, iets verdop, en meneer hebben we goed gezien, maar op de foto niet meer dan zijn prachtige groene staart. Het is een grote vogel, met staart en al wel een cm of 60. De twee uit Rotterdam hierboven hadden echt een mooie foto en ze zouden hem sturen, maar of dat gaat gebeuren? Zij kon goed fotograferen en had een handig toestel ... 
Voor nu dan maar even een foto van internet.

Er zijn nog ongeveer 80 quetzalparen over in CR. Later: en die foto hebben we nooit gekregen!


Dáár moet-ie zitten....


opname met tablet door de telekijker van de gids





Afgezien van quetzals waren er uiteraard ook leuke andere dingen te zien, mooie bloemen, een soort koninginnepage ((w.s. Papilio cresphontes) op een struikfuchsia van meer dan 2 meter! en 'n  heel leuk zwart vogeltje met een geel broekje aan. (Yellow thighed finch). Hier nog wat ruimte voor het geval de mooie foto uit Rotterdam nog komt. (Later: nee dus!)
In de middag besloten we naar een waterval in de buurt te gaan. Ergens parkeren en dan nog 2 kilometer lopen. En terug. We keken elkaar eens aan: wij niet! Later bleek, dat het laatste stuk naar de waterval afgesloten was, haha!
We streken daarom neer in een  uitspanning met de leuke naam 'Kahawa' = koffie in het Swahili. Met voor de deur een soort heg van 'Suzanne met de mooie ogen', Thunbergia alata. Gita, die niet van bloemen hield, hield wel van deze. 

Ach, we waren er toch, konden we net zo goed wat eten. Alweer verrukkelijke forel.

Na 2 nachten blauwbekken vonden we het welletjes en besloten voortijdig (één dag eerder) te vertrekken. We kwamen per slot als wintervluchtelingen. Gelukkig wist onze touroperator, Edventure, het soepeltjes te regelen. Een dag eerder op de volgende bestemming, daar een dag eerder weg, en dan zelf iets zoeken voor de dag erná. 

Aan het strand (Pacific) was het 20 graden warmer!  

 

30 januari. Iemand had ons verteld, dat je een paar honderd meter van de ingang van onze lodge in San Gerardo (je kon maar één kant op) een pizzeria was langs de weg, met 'feeders' en tig kolibries. Pizzeria was nog dicht, maar ertegenover was er een mevrouw die op de vroege ochtend al koffie voor ons had en ook een feeder, maar niet met suikerwater, maar fruit en rijst. Voor de rijst had ze zelfs een speciale bak aan een stok, want de voerplank was hoog buiten bereik van eventuele katten. 
Tot onze verbazing kwamen er een heel stel spechten op de rijst af, wel een stuk of 6. We hadden ze al horen kibbelen, maar wisten niet dat wat we hoorden spechten waren. Sorry voor de slechte foto, maar zo gaat het nu eenmaal. Als je betere foto's wilt moet je bij Vogeldagboeken kijken, maar dan krijg je niet zo'n specht. (Ik weet niet welke het is: Hoffmann's heeft een gele borst en ook 'blackcheeked' heeft niet zo'n zwarte kin.) De vogel hieronder is nog beroerder wat afbeelding betreft, maar ik heb hem nog niet kunnen determineren, dus ik houd hem nog even. Misschien vrouwtje summer tanager, maar ik weet het niet zeker want ik heb geen mannetje gezien ...
Ons uiteindelijk doel was een tropisch strand, zoals je ziet in reisfolders. Rafiki Beach Campin Matapalo, 35°. Het zand was bijna te heet aan je voeten en het zeewater was ook meer dan 25°.

Linksboven: de meest begeerlijke tropische plant, een klimmer, die ik in Nigeria meer dan 50 jaar geleden al dolgraag in de tuin wilde: Petrea volubilis; dat klinkt verwaand, maar ik weet geen Nederlandse naam. Plaat 19 in mijn 'Tuinboek voor de tropen' dat ik van iemand - ik denk mijn zus Els - met een goed gevoel voor wat Erna leuk vindt cadeau kreeg toen ik begin '64 trouwde!!
Op het strand zwarte gieren en een fraai kunstwerk gemaakt door ...? Zeepieren?
Omdat we een dag eerder waren gekomen kregen we eerst een huisje i.p.v. de beloofde tent. 

Al gauw kwam iemand ons waarschuwen dat er een luiaard in de buurt was gespot. Een klont vacht in een boom ergens, net zo lastig te bekijken als een slapende koala hoog in een boom  in Australië vorig jaar.

Luiaards doen wat je denkt dat ze doen: slapen! 

Eigenaardig was dat, hoewel de hele kuststrook was ingericht voor strandvakantiegangers, er nauwelijks winkels of restaurantjes waren. De enige twee die we vonden, werden gedreven door mensen afkomstig uit Duitsland. 

De volgende dag, 31 januari, zo hadden we bedacht, gingen we naar een natuurpark, Manuel Antonio, in Quepos. Dat viel, eerlijk gezegd, vies tegen! De omgeving was een soort van Costa Ricaans Torremolinos. Het begon al met auto parkeren, 2000 petoki's (plm 4$), zoals we de lokale munt - net als Brigitte Kaandorp -  noemden (eigenlijk heten ze colones). Toen kwam er een dame op ons af, die wel wilde gidsen (dachten we) en uit ervaring weten we, dat een gids veel meer ziet dan ik (Erna), zelfs nog meer dan Ko. 40.000 petoki's. Dame in kwestie laadde een driepoot en een telelens op haar nek en liep met ons naar de kassa van het park om de te entree betalen. Volgens Lonely Planet 10$ p.p., maar inmiddels verhoogd naar 16$ p.p. Vervolgens overhandigde ze ons aan een échte gids en stak de kick-back in haar zak. Waren we dus al 114 euro kwijt. En tot mijn onnozele verbazing geen safari-auto van het een of ander, maar lopen!!! Met tig andere lieden. 
Maar goed, we gaan kijken. Het eerste dat we te zien krijgen is een vleermuis, die achter een soort bananenblad hangt te slapen. Niet dat er veel aan te zien is en zelfs met de (slechte) foto niet te determineren. 
Maar dan komt er een coati aanwandelen en die is van niets of niemand bang, dus we kunnen hem goed bekijken. Soort wasbeer, mooi beest. 

Een striped basilisk. Basilisk is een beetje Harry Potterachtige naam, wel spannend. We zien later nog andere soorten en en maakten daarvan betere foto's. Deze van internet. We zouden het beest zelf nooit gezien hebben, net zomin als de nachtzwaluw - die had ik maar één keer van mijn leven gezien en dat was minstens 50 jaar geleden - of de wonderschone sprinkhaan in kleuren van de regenboog. De basilisk kan over het water rennen (vandaar de bijnaam 'Jezus Racer'; we hebben niet gezien dat ie dat deed) en ik kan best zelf een sprinkhaan fotograferen als ie wat dichterbij zit. De foto van het regenboogexemplaar hieronder is van internet.

Ook de brulapen, die we zagen, leverden geen geweldige plaatjes, net zomin als het nestje van een kolibrie. 


Onverwacht was de rode krab. Die komt een roteind (paar kilometer) lopen om veilig in het bos te wonen!

We zagen dus best leuke dingen, maar niet echt om over naar huis te schrijven, hoewel ik dat nu juist zit te doen, geloof ik. Ik vrees, dat we bij de vele reizen in Afrika ernstig verwend zijn ...

Nog vergeten en geen beste foto: we zagen aan het eind van de wandeling in een struik een heel dunne, lange, groene slang: Green vine snake. Nu gooi ik, bij het selecteren van foto's,  slechte foto's weg en dit was er zo een met op de eerste blik alleen maar groen. Dacht ik. Weggegooid dus. Gelukkig stond ie nog op het kaartje. Slechte foto of niet, we hebben maar één keer een slang in het wild gezien!
Het was prima verblijven in Rafiki Beach Camp. De tent was leuker dan het huisje, dat we de eerste nacht hadden (eigen schuld, een dag vroeger gekomen), maar daar was wel weer een gezellige kat. 


Er is niks mis met vroeg opstaan (vóór zessen) in de tropen. Mooi licht. Een eekhoorntje scharrelde rond tussen de tenten. Eekhoorntjes vind ik onweerstaanbaar.. 

De luiaard - 3 tenig - die gisteren in een oninteressante bol in de boom naast onze tent lag te slapen was verhuisd naar een andere boom en hing nu te hangen zoals een luiaard betaamt. We hebben hierna geen luiaards in het wild meer gezien.

Een dagje lummelen is ook lekker en even een wasje doen is ook een goed idee. 

Geen muggen, geen vliegen en de bloeiwijze hierboven is van een heliconiasoort. Kleurige schutbladeren met daartussen kleine bloemen.


We moesten wel iets verzinnen om nog één nacht te logeren en dat gebeurde op een heel eigenaardige manier. De baas van de lodge kwam langs, een Zuid Afrikaan. En ik had een petje op uit Zuid Afrika, met een springbok erop. Loky Bomhoff begeerde mijn petje. De broer van Loky had een luxe lodge een eindje verderop, Rafiki Safari Lodge. Loky kon wel wat korting regelen ... 
Zo togen we de volgende dag  daarheen met een korting van zowat 100$, en dat voor een simpel petje! 
1 februari. Naar Rafiki Safari Lodge. 
Die lodge lag op ongeveer 25 km afstand, het binnenland in. Wel even slikken: 7 km asfalt en daarna een onvervalst slechte weg door vnl oliepalmplantages - net als in Nigeria! - en met kuilen, stenen of allebei: je kunt dan zo ongeveer maximaal 25 km/u rijden. Dat zou later nog wel erger worden...
Maar het was heel erg de moeite waard, want het was er geweldig. Een luxe hotel in een schitterende omgeving en met zalig eten. En ... een voederplek waar de meest fantastische vogels langs kwamen ...

Zoals deze opvallende, tamelijk brutale zwart/rode, Passerini's tanager, met rechts zijn vrouw. Bovendien was er toevallig een jongeman aanwezig, die milieukunde gestudeerd had, geïnteresseerd geraakt was in vogels en de fotografie ervan en daar kon ik eens fijn mee overleggen!

Het was erg warm en er waren piepkleine bijtjes, die afkwamen op het zout in je zweet. Ook de bovenkant van je handen zweet als het warm is. 

's Middags maakten we een wandeling naar de rivier in de buurt. Viel niet mee, flink eind lopen, flink heet.
Het is natuurlijk ook een beetje debiel om in de tropen om een uur of 2 te gaan wandelen. 

Er viel ook nauwelijks wat te zien, behalve deze jacana, een vogel van op en nabij water, met ongelofelijk lange tenen!, na.

 

En, zo als bijna overal: knip-mieren, die stukjes blad naar hun nest brengen om daar te laten fermenteren....

Gelukkig konden we daarna weer plaats nemen bij de prachtige tuin met vogelvoerplek. En zagen van alles! Zoals de superieure leguaan en de geweldige toekan hieronder. Of gewoon een fraaie vlinder. 

De toekan is chestnut mandibled toucan en de vlinder ...?
Ook mooie en/of interessante bloemen in de tuin. Links heet heel leuk Yesterday, today, tomorrow omdat de bloemen als paars opengaan, de tweede dag lila zijn en de derde dag wit. Rechts hoort bij de uitgebreide familie van de gember.

Hoewel we een heel prettig onderkomen hadden, in weer een grote tent, hebben we niet heel goed geslapen, want er zaten een paar kerels tot laat in de nacht ergens vlakbij te ouwehoeren tot wel een uur of 2 (wij altijd om 9 uur naar bed!), het was erg warm en het bed was smal/tweepersoons.  

Maar verder was het er werkelijk heerlijk!!!

De baas van de tent maakte ons erop attent dat, ergens langs de route naar het volgend onderkomen, vaak macaws te zien zijn, rode ara's. Vlak voor Jaco (sic!), zo waren we getipt, zijn er aan de zeekant een paar parkeergelegenheden waar ze, als je even wacht, vaak langs vliegen. En ja, hoor, weer een beroerde foto, maar we hebben ze gezien!

2 februari. Langs de kust naar het Noorden. Via Quepos, daar waren we al eerder geweest, waar we een gasolinero (benzinestation) en een bank zochten. In de kleinere plaatsen zijn namelijk geen pin-automaten. Wel in Quepos, alleen moet je goed uitzoeken waar en hoe je geld haalt. Niet alle ATM's accepteren namelijk de Nederlandse pinpassen. Sommige zijn zelfs heel kieskeurig en accepteren niet eens creditkaarten. Wat wel handig is dat je naar keuze petoki's of dollars kunt opvragen en met beide (en creditkaart) kun je overal betalen. 
In San José hadden de straten namen, maar dat is helemaal niet zo gebruikelijk in CR. Daar is het meer van: bij het huis met de blauwe luiken linksaf ...

Costa Ricanen zijn diep religieus heb ik horen vertellen, maar dat kun je ook al opmaken aan de vele heiligennamen voor dorpjes en steden. Het begint al met San José (Sint Jozef); San Gerardo was er ook een en verder hebben we de meeste heiligen meer dan eens langs zien komen. Op dit verkeersbord  Jezus Maria en het lijkt erop dat eronder staat: 'Je leeft nog!' 
Kerkhoven waren vooral wit en hoekig. De graven zijn veelal afgedekt met van die 15cm witte tegels. Een groot kerkhof doet bijna pijn aan je ogen. Uit de routebeschrijving: 'Langs het ziekenhuis, bergafwaarts naar de begraafplaats....'

Onze auto, nummerbord met 589 als het begin van telefoonnr van Fr & Gita, onder een mangoboom. Dat is de schaduwboom van Afrika. De Pool Kapuscinski (de accenten die erop horen krijg ik via deze computer niet gedaan) heeft een prachtig boek geschreven over Afrika. Ik heb het gelezen in het Frans, 'Ebène', en later nog eens in het Engels 'Ebony' en daarin het laatste verhaal gaat over de mangoboom. Aanbevolen.
Rechts ons nieuwe verblijf in Santa Elena dit keer, Valle Campana, met een heel aardige gastvrouw. Monteverde heet het hier en het is een populaire plek, waar veel te doen valt vooral voor jongeren: hoge loopbruggen door het oerwoud, banen waar je af kunt roetschen, raften etc. Het waait wel heel hard. We eten 's avonds bij een Soda, heel lekker, rijst met bonen, iets van vlees, sla en gebakken plataan. En Salsa Inglese, lang niet slecht.

Wel een prima huisje, met beneden een soort keukentje met een heuse ketel: kunnen we een kopje thee drinken. Lekker als buiten de wind om het huis giert. 


Overal zijn trouwens de bedden zo mooi opgemaakt, soms met bloemen erbij en altijd handdoeken gevouwen in de vorm van een hart of van dieren. 

Het was hier niet erg warm, overdag 18 - 20° en het woei heel hard. Bij de luchtbrug e.d. later was het warmer en woei het minder.


3 februari. Als we kwamen ontbijten, altijd met lekker veel fruit, werd ook het gevleugelde volkje buiten bediend. Die motmot zat dan al met een beetje nijdige kop te wachten! Bluecrowned motmot.


Hier op de plank met een blauwe tanager helemaal links, daarnaast een palm tanager en op de rug gezien een Dusky thrush. De laatste ziet er ongeveer uit als een vrouwtje merel, wat lichter van kleur, man en vrouw hetzelfde en vrij saai. Dat is NB de nationale vogel van Costa Rica. Het schijnt dat hij erg mooi zingt aan het begin van de regentijd, maar nu even niet. Ik heb er wel eens 7 tegelijk op een voerplank gezien en wat het meest opviel was het gekibbel!

Er was van alles te doen in de omgeving, Monteverde geheten. Luchtbruggen en roetschbanen e.d. Nou, die luchtbruggen door de toppen van het oerwoud moesten we maar eens gaan proberen. 

In zo'n dorp als Santa Elena, toch bepaald geen wereldstad, kun je makkelijk verdwalen. Het centrum bestaat uit 3 geasfalteerd wegen in een driehoek, erbuiten nog wat asfalt, maar niet veel, geen straatnamen en/of huisnummers. 

Dus eerst rijden we behoorlijk verkeerd en dat geeft soms problemen. De wegen buiten het dorp horen soms tot de hele slechte wegen van onze planeet. Smal, veel stenen en kuilen en weinig ruimte om b.v. te keren. Dat kan voor bejaarde heren met de daarbij horende bejaardenproblemen wel eens lastig wezen. Maar goed er werd uiteindelijk een boom en daarna ook de juiste weg gevonden!

Een leuke wandeling met een (dit keer heel goedkope) aardige gids, die jeuk op de tong had, zoals Ko het altijd noemt en steeds bomen aanwees met de namen ervan. Ik houd best van bomen, maar deze waren vooral groen. Wat ik wel altijd erg leuk vind is zo'n 'tuinboom', een stam begroeid met van alles: varens, mossen, bromelia's. Verder was er niet heel veel te zien, soms een vogeltje en dat was dan weer weg als ik eindelijk in de gaten had wáár ongeveer. Wel een quetzal zien vliegen: een streep groen en weg was ie weer!
We hebben eigenlijk alle vakanties 'een foto voor Gita' - een foto op een mooi plekje met ons allebei erop - gemaakt  en ook nu Gita er helaas niet meer is, toch een foto voor haar.
Naast het vertrekpunt van de luchtbrugwandeling was een kolibrietuin: een plek met 5 standaards met feeders, waarop een aantal soorten kolibries komen drinken.
Daar had ik nog wel een uur kunnen blijven. De feeders hadden geen stokjes en voor zo'n feeder blijven 'staan' om te drinken kost zo'n klein vogeltje een hoop energie, dus als je je vinger bij een gaatje houdt komen sommige kolibrietjes graag even op je vinger zitten. Ze zijn helemaal niet schuw, wel buitengewoon snel. Deze groene waren erg tam, er was ook nog een blauwe, eentje met af en toe een turkoois petje, net hoe het licht viel en op één foto te zien, en er waren er met wit en roestbruin, maar ik kwam niet aan afstrepen in het boek toe: te lastig om te zien wie wie was en te leuk om te kijken. het had iets heel ontroerends. Ze snorren door de lucht, heel grappig.

We hebben maar één redelijk scherpe foto overgehouden: helaas op de rug gezien! 

Op de terugweg zagen we een armadillo en 3 baby coati's.

Na een kopje koffie met taart in een soort konditorei -Choco Café Don Juan- zijn we naar de vlindertuin elders gegaan. De vlindertuin zelf was een tikje armoedig, maar er viel wel e.e.a. te zien, zoals de mooie, smalle vlinders die passiebloemplanten  als waardplant hebben. 

De blauwe zakdoeken, linksonder, zie je regelmatig vliegen. Ze gaan niet eens erg hard, je kunt ze goed met de ogen volgen, maar moeilijk fotograferen en als ze gaan zitten: direct vleugels dicht. Ook die smalle vlinders hebben we regelmatig gezien.

Onverwacht leuk was een college over insecten. De vlindertuin was van een echtpaar Amerikaanse entomologen, helemaal bezeten van insecten, waarvan de vrouwelijke helft een buitengewoon grappig en informatief verhaal over de creepy crawlies hield. Ze liep b.v. tussen de rijen publiek door met een mega kakkerlak en liet de mensen naar 'zijn' gezicht kijken. Tot mijn grote genoegen hadden ze ook een bidsprinkhaan, een volwassen vrouwtje, niet erg groot en verdorie de foto is weer niet echt scherp ...

4 februari. Over een allerberoerdste weg, makkelijk bij de toptien van slechte wegen die we in ons leven ontmoet hebben (met op nr 1 de weg bij Maralal in Kenia met kuilen van 1 meter breed en 50cm diep!) gingen we op weg naar de volgende bestemming: Rancho Margot, ook in Monte Verde. Dat was niet echt ver weg, hemelsbreed misschien 40 kilometer?, maar om er te komen moesten we om een meer heen.  Het eerste stuk was dus verschrikkelijk, maar na een km of 30 kwam er asfalt en ook een stadje, Tilaran, met een plaatje van een groente- en fruitwinkel. Lekkere mandarijntjes zijn nooit weg!

Het meer was een beetje grijzig, het weer trouwens ook. Er waren helemaal geen bootjes o.i.d. op te zien en watervogels ontbraken ook.  

Rancho Margot is een zichzelf bedruipend bedrijf (letterlijk en figuurlijk, want o, wat was het er nat!) Water genoeg, elektriciteit via dat water. Eigen vee, koeien, varkens, kippen. Eigen groenten, die weer gekweekt worden met behulp van de mest van het vee en ook met behulp van wormen! (heel wat mooiere wormengrond dan ik tot nu toe in mijn wormenbak heb gekregen!). Eigen zeep en honing. 

We kregen een leuk huisje, maar wel tamelijk ver van het centrale gebouw en het weer werkte niet mee.

Het terrein was erg mooi onderhouden met o.a. hier en daar orchideeën en op alle huisjes een groen dak!

Je moet toch wat, dus we besloten 's avonds met de nachtwandeling mee te gaan. 

Voor die wandeling in de regen moet je dan wel 50$ betalen met z'n tweeën en het leverde slechts 2 kikkertjes op!!! 
Wel een leuk kikkertje met die rode oogjes. 

Dan maar slapen in een alweer fraai opgemaakt bed.

 

De jongen waar we gisterenavond mee gewandeld hadden kwam waarschuwen dat er een fraaie basilisk te bewonderen viel. Hij was blij, dat ie ons toch nog iets leuks kon laten zien! 

5 februari. Gisteravond regende het al, nu nog steeds. Forse buien, af en toe even zon. 18 - 25°, gelukkig geen muggen.
Dus zaten we een dag tegen dit fraaie landschap aan te kijken, vol nattigheid, maar ook altijd weer iets te zien. Zoals een paar zwarte gieren in die grote boom, links aan de overkant. Eentje zit zich als een aalscholver te zonnen als het even kan. 
Er scharrelt een woodthrush (lijster, niet in het boek, dus minder algemeen) rond en het aangevreten blad ernaast is geen schade door rupsen (geen rups gezien), maar door bladmieren. 

Ko houdt zich uiteraard bezig met de techniek. Er moet altijd van alles worden opgeladen en hij heeft daarvoor een  compleet pakket aan kabels, stekker en laders bij zich. 

We hebben ook een hele zooi boeken op de tablets. 

We zaten hier bij de beroemde vulkaan, de Arenal, maar hebben die hele vulkaan niet gezien door het dichte wolkendek.

 

We hebben wel heel veel plezier beleefd aan de oropendula's. Ik had de eerste middag al een heel gek geluid gehoord. Daar ga je dan achteraan en je bent blij als je het beest gezien hebt, dat dat geluid produceert: Montezuma oropendula. 
De volgende morgen zat er een in dezelfde boom als die gieren. Datzelfde gekke geluid, maar de gymnastiek die er bij hoort is erg vermakelijk. We hebben later nog heel veel oropendula's gezien. Het is familie van onze wielewaal.

6 februari. Bij het ontbijt gekeken naar een kolibrietje dat met een nestje bezig was aan een orchideeënblad en ineens kwam er een heel klein bidsprinkhaantje langs, niet groter dan een cm of 3 en m.i. wel volwassen. Veel foto's zijn beroerd, uiteindelijk is er toch een goede van de bidsprinkhaan, maar wel ongeveer 3x groter dan in wekelijkheid.
Met een transportwagentje van dit oord worden we met bagage naar de auto gebracht. W.s. kan het hier heel leuk zijn, maar de regen gooide roet in het eten.

 

Dan op weg van  Rancho Margot naar Pital, koffie drinken, en dan naar Boca Tapada/ Maquenque. Dat laatste stuk kan ook hoog op de lijst van de beroerdste wegen!

30 kilometer verschrikking waarop je maar zo'n 10-15 km/u kon rijden.

De weg voerde o.a. langs ananasplantages  en véél bomen.

We hadden nog nauwelijks 'wild' gezien: een paar apen, 2 of 3 keer een luiaard, 'n paar keer een coati en - leuk - een armadillo. Als je in Afrika bent zie je van alles, althans waar wij heen gaan in Afrika: gazelles, varkentjes, giraffes, nijlpaarden, olifanten, mongoose, apen, van alles. 

Uit verveling zijn we maar lelijke hondjes gaan fotograferen. Viel nog niet eens mee!

Maar we belandden uiteindelijk wel op een verrukkelijke plek en die heette, heel toepasselijk: Pedacito de Cielo; dat betekent: een stukje van de hemel! in Maquenque/ Boca Tapada, naar de gelijknamige rivier, vlak bij Nicaragua. 
Het kwam vanzelf allemaal langs: die rode (Summer tanager) en zijn gele vrouw  hieronder en o, wat jammer, dat we geen betere fotografen zijn en niet werken met van die supertelelenzen. De kiskadee rechts was de enige vogel die ik vroeger al gezien en gehoord had in Amerika. 

Niet alle foto's zijn echt slecht. Het kolibrietje hierboven lijkt al op een kolibrietje!  Die hierboven is een shining honeybird *) maar staat niet in mijn boek en ik kan hem ook niet op internet vinden. *) Cor stuurt mij bericht dat dit Dacnis cayana is en in het Nederlands blauwe pitpit. 
Shining honeybird was de naam op een grote soort kaart met vogelfoto's en bijbehorende namen in de ruimte waar je 's morgens, met een kopje koffie, vogels kon kijken/fotograferen. Ik heb een redelijk goed boek meegenomen naar CR, 'The wildlife of Costa Rica' (Zona Tropical publication) van diverse schrijvers, met daarin behoorlijk goede plaatjes van de meest voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen, insecten etc. Heel bruikbaar, maar uiteindelijk kom je dieren tegen die er niet instaan. Een grote vogelgids is leuk, maar als er b.v. 15 gele vogeltjes bij elkaar staan is het bijna onmogelijk om zonder kenner in de buurt, de juiste soort af te strepen. Zeker als je niet al te beste ogen hebt (ze zijn wel een stuk beter dan voor de staaroperaties!)  
Die hieronder man en vrouw Green honeycreeper. Je kijkt je slechte ogen uit, toch?

7 februari. Het kijkfeest begint 's morgens om een uur of 6. Eerst komen de papegaaien: 3 soorten, de kleinste het laatst. Maar dan slaat het noodlot toe, een havik valt uit de lucht en pikt een van die kleine papegaaitjes mee. Gelukkig weet het vogeltje zich te bevrijden, maar het komend half uur laat zich geen vogel meer zien. 
Wij gaan na het ontbijt varen. Allemaal een zwemvest aan. Of dat helpt tegen de krokodillen valt te bezien, verder hebben we het niet echt nodig lijkt me. Er zijn kinderen in de boot en die willen lekker griezelen van krokodillen. Mij kunnen ze gestolen worden. Gelukkig zien we eerst een schildpad. Die zijn meestal schuw en direct weg, maar deze bleef rustig zitten en zat er op de terugweg nog. Opgezet? 

Een paar krokodillen, een paar apen, een niet zo algemene reiger (Bare throated tiger heron), een ijsvogel en wat standaard uitvoeringen van de reiger  in blauwgrijs en wit. Maar leuk, op het water. 

Aan de overkant gaan we er even uit; We krijgen te zien hoe sap uit suikerriet wordt geperst en proeven stukjes jonge kokos; dat is heerlijk!

Bij een school is de rand van het pad afgezet met kokosnoten en sommige ervan lopen uit, als je goed kijkt kun je het zien. 
Hieronder Blackcheeked woodpecker

We eten in deze lodge ook verrukkelijk. De eigenaar is ook de chef en hij maakt b.v. een zalige saus voor spaghetti. Het was niet zo moeilijk, zei hij en somde op hoe: van zachtjes uien stoven in boter met knoflook en olijfolie; beetje laten karamelliseren en dan verse tomaten en wat oregano, eigengemaakte kippenbouillon, tijm, laurier, basilicum ...
Ze stonden 's middags met z'n vijven wel een uur of vier in de keuken. 

 De toekans kunnen niet wachten totdat de voorraad op de voerplaats wordt aangevuld. Ze zijn minder bescheiden dan alle andere vogels die zitten te wachten. Allicht, zegt Ko, ZIJ hebben een grote bek!!
Montezuma oropendola's (hieronder) genoeg hier. De foto links is niet goed, maar er staan er een stuk of 6 op. De vliegende idioot. Groot beest trouwens, wel een cm of 40.

Oropendola's maken een groot geweven nest, een soort lange zak, en met een flink aantal bij elkaar in een vrijstaande boom, veilig tegen b.v. slangen. Dat had ik lang geleden (maar vóór de digitale camera) al eens gezien in Brazilië en wilde het nog wel eens bekijken. 

Onze gids zei, dat er tussen de lodge hier en het volgende dorp zo'n boom met nesten was, een km of 10 over die rotweg. Ko is nergens te beroerd voor als hij mij blij kan maken ...  Nooit die boom gevonden, maar wel een foto van een Costa Ricaans huis in een minder welvarende streek, een eindje verderop.

Tot de vaste bewoners van het terrein hoorden 2 leguanen in de boom bij de eetzaal en coati Felipe, die af en toe langs kwam voor een maaltje banaan. 

Hier troffen we de eerste plek waar stekertjes zitten. Je hoort of ziet ze niet, maar ze slaan toe tussen pak weg ½4 en als het donker is. Gelukkig niet in de alweer fraaie slaapkamer. Daar woont wel een hele grote nachtvlinder, een pijlstaart zo te zien.

Niet alle Costaricanen leven in een riant onderkomen. 

8 februari. Wij moeten (helaas) weer weg: we hebben hier enorm genoten en de mensen waren ook erg aardig.  
Naar de volgende plek. Eerst even afzien op 30 kilometer hobbels en kuilen langs de ananas en zo, koffie drinken in Pital en verder in de richting van Puerto Vieja. Vóór P.V. moesten we linksaf bij de heladeria = ijssalon, maar dat was inmiddels een kerkhof geworden, met op de andere hoek een tandarts ...

Sarapiqui heet het hier. Puerto Viejo is een dorp van niks. We hebben er 's avonds gegeten, ook niks, eigenlijk de enige keer.

Een van de eerste dingen die moeten gebeuren is het regelen van de techniek. Zorgen dat de camera's op tijd worden opgeladen is echt noodzakelijk. Zeker de 'grote' camera, die met de betere telelens, was vrij snel leeg. 

Ook de tablets om onderweg te kunnen lezen vooral en om je e-mail te kunnen bekijken, moeten regelmatig een beurt hebben. 

Maar het is stukken eenvoudiger dan tijdens onze eerste verre reizen samen, toen Ko trucjes moest uithalen met een lamp: lamp eruit, ding erin met stopcontactjes erin, heel ingewikkeld. Want toen moesten er steeds batterijen voor de videocamera worden opgeladen! 

Leuke kat hier.

We krijgen koffie die ter plekke gefilterd wordt. Niet dat het erg lekker is. Ook hier een voerplank bij het restaurant en daarop 'natuurlijk' Passerini - we worden blasé en fotograferen de veelvuldige bezoekers niet meer! - en oropendola's en zo. 
Dan krijgen we iets bijzonders te zien: Helmeted inguana. Wat een prachtig beest. 

Ko is inmiddels al behoorlijk vaardig geworden met de grote camera, al blijft het focussen moeilijk. 

Een leuke toekan is ook nooit weg. Deze heet Collared aracari, de vrolijkste van de 4 soorten die er in CR zijn en waarvan we er 3 gezien hebben.

We moeten ook wel iedere reis iets cultureels doen van onszelf, een kerk of een museum bezoeken of zoiets. Eigenlijk zijn we daar te lui voor, maar we hebben voor morgen iets verzonnen. We gaan een cacaoplantage bezoeken. 

9 februari. Die is hier vlakbij, niet in Puerto Viejo, maar de andere kant op. We zien onderweg een restaurant dat er heel wat aantrekkelijker uitziet dan dat in 'de stad', mooi voor vanavond!

Er komen kleine bloemetjes aan de cacaobomen en die worden, als de omstandigheden goed zijn, bevrucht door een soort vliegje of mugje. Daar groeit dan, als alles goed gaat, een vrucht uit, soms gewoon tegen de stam. Als de vrucht oranje of rood wordt is hij rijp. Helaas worden veel vruchten aangetast of opgegeten door allerlei beesten, coati's en eekhoorns b.v. 

Hieronder een opengesneden rijpe vrucht. De cacaobonen zijn de pitten in die witte partjes. Het vruchtvlees is een beetje zurig, niet onsmakelijk, maar het gaat om de boon erin. 

Vruchtvlees met pitten gaat 7 dagen in een fermenteerkastje - op een plek waar zulke dingen met de hand gedaan worden dan - en daarna worden de pitten gedroogd, geroosterd en gemalen, waarna er tenslotte iets tevoorschijn komt dat op cacaopoeder begint te lijken. Dat wordt dan gemengd met suiker en vanille en zo. 

Je begrijpt niet hoe iemand erachter komt dat je van die rare vruchten chocola kunt maken.

Het was heel interessant en de jongeman sprak goed Engels, dat helpt altijd. 

 

We zagen hier in het bos voor het eerst van die groene kikkertjes, waar CR zo bekend om is. Er waren er best veel en ze waren ook niet bijzonder schuw, maar weer: lastig om goed te fotograferen. Het was ook hier niet zulk mooi weer, wel warm en er werd ook wel af en toe gestoken ... Het rode kikkertje, met blauwe poten, hebben we maar een enkel keertje gezien. We zijn 's middag terug gegaan om de kikkertjes te fotograferen, maar beestjes fotograferen kun je beter 's morgens doen als alles en iedereen wat actiever is. 
Ook hier aardig wat regen. 
Bed in huisje 33 en tanager, die ik niet met zekerheid heb kunnen determineren. Palmtanager? Wel vaak gezien, dus zal wel.  Maar grijsblauw en zwarte vleugel klopt niet echt met de beschrijving in het boek. 
9 februari. Nu gaan op weg naar ons laatste verblijf. Enorme tropische gietbuien onderweg. We gaan ergens koffiedrinken, maar kunnen elkaar niet verstaan door de herrie van de regen op het dak! Gelukkig duren de buien meestal niet erg lang.
We rijden eerst naar de grote havenstad Limon, maar daarvóór een complete stad met zeecontainers.

Daarna langs de kust naar Congo Bongo, een verblijf in de jungle, bijna op de grens met Panama. De eigenaar ervan, Daan, is een vriend van mijn jongste dochter. Claire is er jaren geleden geweest en was er helemaal verrukt van.
We krijgen een huisje, Caribean Dream.  In de late middag kan ik nog wat rondlopen, terwijl Ko zich bezig houdt met de apparaten.  Ik zie een enorme waterjuffer, wel een cm of 10, die haar vleugels op een bijzondere manier gebruikt, maar hoe kan ik niet goed zien en/of beschrijven. In mijn boek heet zij Helicopter damsel fly. Tussen de struiken hangen ook veel spinnenwebben met daarin Golden orb weaver.

's Avonds aten we in Manzanillo, een klein gat een km verderop, met een supermarktje en een twijfelachtig restaurantje. We hebben wat te eten voor het ontbijt nodig, want je kunt in Congo Bongo logeren, maar verder niet. Het huisje is trouwens heel goed ingericht, met een keukentje en ruime zitgelegenheid op het platje, een tafel om aan te eten, lezen of puzzels te maken, twee slaapkamers en een heerlijke douche. 
We zullen de komende dagen - we blijven 4 nachten - vnl naar buiten zitten kijken. In oerwoud zie je niet echt veel, maar als je steeds op de zelfde plek bent leer je daar de bewoners kennen: het is b.v. het domein van een paar eekhoorntjes en die weten in rap tempo, dat er een banaan op de barbecue ligt. Er is een kikkertje dat iedere morgen even langs komt, er zijn hagedisjes, er woont een vrij lelijke blauwe  krab in een holletje naast het terras. Op een middag ging dit vogeltje (Olive backed euphonia) vlak bij een tijdje zitten zingen. De planten en plantjes hebben vaak van die prachtige groeiwijzen, zoals dat kleintje - een soort peperonia - hieronder over een grote steen!
Het strand was dichtbij. Over o.a. een pad, gemaakt van 207 autobanden met daarin kiezel in cement, liep je er in een minuut of wat heen. Lekker fris water aan deze Caribische kant. 

Aan het eind van de middag zijn we naar Puerto Viejo gereden, een kilometer of 10 terug. Daar was het behoorlijk druk, met winkeltjes, restaurantjes en veel mensen. Oorspronkelijk mangrove terrein aan de bomen te oordelen. Thais gegeten; het had ernaast gelegen ... 
Op tijd naar bed: meestal liggen we er om een uur of 9 in!

's Nachts en volgende dag regen. We worden 's morgens wakker van de apen. De verschillende troepen in de buurt laten elkaar via een luidruchtige brulpartij weten waar ze zich bevinden. 

Na de apen komen de verschillende vogels. De eerste heeft een soort ambulance geluid. Een volgende fluit vier nootjes naar beneden fis, e, d, c. Die heb ik gezien: zwart, iets kleiner dan een merel, dikke snavel van een zaadeter, maar welke het nou was? Andere vogels die we hoorden, heb ik niet gezien, te veel begroeiing! Er was er ook nog een met het geluid van een achteruitrijdende vrachtauto: dezelfde noot steeds herhaald en telkens harder.  

      HT Ambulance vogel

      HT Brulapen
Ook zijn er elke morgen een groepje van vier toekans, een van de weinige geluiden die ik aan de bijbehorende vogel heb kunnen 'plakken'. 

's Middags komt Daan ons vertellen hoe het zo gekomen is. Je kunt je toch absoluut niet voorstellen hoe je het aanpakt om een toeristenoord te beginnen in het oerwoud?

Hij zat in de bloemen, zo vertelde hij, en zag het niet meer zo zitten in Nederland. Volkomen te begrijpen!!! Dus was ie zo hier en daar gaan kijken naar een plek om iets met toeristen te beginnen, o.a. in Tanzania. Volkomen te begrijpen!!!!

Uiteindelijk vond hij een stuk van 9 hectare hier in Costa Rica. En ging er een keer MET ZIJN MOEDER heen om nog eens goed te bekijken en dat werd het. (Van die moeder, dat vind ik echt geweldig: ik kan me absoluut niet voorstellen, dat ik met een van mijn dochters ergens op de wereld naar een stuk land ga kijken. Maar misschien moet je daar zoons voor hebben)

 

Toen het zover was toog hij met twee koffers naar Costa Rica en huurde een kamer in Manzanillo. Van daaruit begon het werk. Het terrein was een cacaoplantage, maar er zat schimmel in de bomen en dus moesten die eerst allemaal opgeruimd worden. Toen er wat kale plekken waren is hij begonnen met het bouwen van zijn toekomstig eigen huis, maar zodra er een vloer en een stuk dak waren heeft hij zijn hangmat er opgehangen en is er gaan wonen, Vlakbij was een riviertje om zich te wassen. 
Van lieverlee kwamen er kwamen er 7 huisjes. Om e.e.a. te bekostigen verkocht hij 3 hectares aan andere belangstellenden en nu heeft hij voldoende inkomen aan de verhuur om een goed leven te hebben met vrouw en dochter. Ondernemend hoor!
Je kunt er een comfortabel huisje huren, er is een keuken met een kleine hoeveelheid eerste behoeften zoals suiker, koffie, een waterfilter. Spullen goed opslaan, want wasberen e.d. komen je fruit en brood roven als je niet oplet. Als je wel oplet ook, zoals wij ondervonden met ons heerlijk stokbrood van een echte Franse bakker in Puerto Viejo ...
Wij gaan gewoon weer verder met kijken. Hieronder een leuke hagedis (brown spiny lizzard) en rechts een duizendpoot, die niet te vertrouwen is, zoals de scolopendre in Frankrijk. Maar deze beweegt niet zo snel als die enge Franse dingen en als hij na 3 dagen er nog net zo bij ligt denk ik dat hij misschien wel dood is. Als ze gestoord worden spuiten ze iets met o.a. blauwzuur erin.
Weer een ander soort passiebloemvlinder. 

Eindelijk maken we een goede foto van het fraaie, giftige, groene kikkertje. Green and black poison dart frog heet ie in mijn Engelstalige boek, groene pijlgifkikker zeg maar. Elk kikkertje heeft zijn eigen patroon, net als het Friese stamboekvee in Nederland! Zo groot als op de foto.
We hadden de tweede dag nogal wat regen. Dan kun je natuurlijk gewoon naar buiten blijven kijken, of lezen of puzzelen. Het laatste met een eigenaardige bijkomstigheid: de luchtvochtigheid was tegen de 100% en dan wordt alles klam, ook het papier van je puzzels: kun je je vergissingen niet uitgummen!
      
Als Ko rustig zit te lezen valt er plotseling een 'tjitjak' uit de lucht. Kleine hagedisjes in de kamer zijn heel algemeen in de tropen en iedereen laat ze met rust, want ze vangen lastige insecten. Ze maken geluid, een paar kleine blafjes achter elkaar. 
Deze is absoluut niet bang en laat zich een stukje koek goed smaken. Ook hieronder rechts.
Een ander leukerdje was klein, maar die zag je wel overal.

Meestal hangt ie ergens aan een plant, of springt van het ene blad op het andere, maar komt ook wel eens even buurten. Soms laat ie ineens een gele, halfronde flap aan zijn keel zien. Pacific anole.

 


De blauwe krab vond ik minder aantrekkelijk dan de rode van een week of wat terug. Ingewikkeld beest, waaraan de onderdelen moeilijk te herkennen zijn.

Ik bleef maar genieten van de fraaie groeiwijzen, zulke mooie bladeren b.v., die de boom als het ware inpakken. 
Ineens kwam Daans vrouw ons waarschuwen dat er apen in de buurt waren. Het blijft vrijwel onmogelijk om goede foto's te maken met tamelijk beperkte middelen en ook vrij weinig tijd. Als je 3 maanden met een goede telelens op driepoot in de jungle zit lukt het w.s. beter!!
Links 1 en 2 een puber en rechts een moeder met baby, maar je moet goed kijken om het koppie van de baby te zien en moeders hoofd zit achter bladeren. Maar we hebben ze dit keer beter gezien dan de vorige twee keer. Noor en Tjeerd vertellen dan achteloos, dat ze bij hen op het balkon kwamen zitten en dat de tapirs aan hun handen kwamen snuffelen ...  Die hebben vast geen tjitjak bestudeerd!!
De 3e dag brachten we een bezoek aan een opvangcentrum voor allerlei dieren. Er waren onverwacht veel mensen en die werden verdeeld in groepen met Spaanse, Franse en/of Engelse begeleiding. Goed georganiseerd en heel schoon. Zo kun je een slang nog eens mooi portretteren. Wel door glas. Mooi beest hè? 

Ik geloof dat Claire hier een gevallen luiaardbaby naartoe heeft gebracht. Daar waren er een aantal van, heel schattig. Leuk om een luiaardbaby te zien gapen. 

 

Iets verder linksonder: tweetenige luiaard en een erg mooie uil rechts. Die uil had een gebroken vleugel en de botjes daarin zijn zo teer dat ze meestal niet gerepareerd kunnen worden. 

 

Andere dieren, ook giftige slangen en zo, gaan terug naar het oerwoud, als het mogelijk is. 

 

In Congo Bongo slapen we onder een grote klamboe. Ook hier zitten stekende beestjes, die in de late middag toeslaan. Ik zit onder de bulten, maar je moet er wat voor over hebben om in de tropen te kunnen vertoeven. Dat doet ook wonderen voor je huid b.v. kloven en droge plekken zijn binnen een week weg. En voor je ogen is een vochtige omgeving ook heel lekker.

De volgende dag komt er jammer genoeg een eind aan deze paar heerlijke dagen. Wij vonden het hier erg fijn, plus de lekkerste douche van heel Costa Rica. De was wordt voor je gedaan als je dat wilt. Zomaar!  

Lange reis terug.  Ko let op de borden en zo, ik kijk uit het raam, naar wat er groeit, bloeit of vliegt. 
Opeens zie ik een grote vogel met een geel puntje aan zijn staart: oropendula, weet ik direct, nu ik betere ogen heb dan voorheen! Hij vliegt naar een boom met ... nesten!!! STOP!!!

De boom is niet zo mooi als het exemplaar ooit in Brazilië gezien - dat was een brede, tropische loofboom - maar toch. Als je goed kijkt: er zit er zelfs een in!

Via Limon en de containerstad rijden we terug naar San José. Het is niet eens erg ver, maar een groot gedeelte van de weg gaat door de bergen en tref je dan een langzame vrachtauto vóór je dan schiet het niet op. 

We komen o.a. door Cartago. Daar zijn we al eerder geweest. Vroeger was het de hoofdstad, met een kathedraal en superdruk. Alle huizen en winkels zijn beveiligd met stevige hekken. De geldautomaten werken na 10u 's avonds niet meer i.v.m. veel criminaliteit, maar wij vonden bijna alle mensen die we tegenkwamen buitengewoon vriendelijk. 
In San José raakten we de weg een beetje kwijt en kwamen daardoor in een enorme file terecht Er werd ergens een brug gerepareerd en die hadden we kunnen vermijden! Anderhalf uur ellende. Daardoor kwamen we jammer genoeg een beetje laat, een uur of 5, aan bij ons laatste logeeradres. Ko ging de auto voltanken en ik nam de gelegenheid waar om nog gauw even rond te kijken. Het was al te donker voor foto's, maar potverdrie wat een leuke specht!! en wat een geinige gaai!!! En er zat nog veel meer, ik hoorde van alles. Dagje langer blijven voor een vogelliefhebber of -ster. Deze twee gepikt van internet. We logeerden in Alajuela Dos Palmas la Garita. 

We slapen wat onrustig en moeten morgen erg vroeg op: om een uur of 6 worden we gehaald voor de rit naar het vliegveld.

De reis was verder niks bijzonders: lang. In Toronto ligt er dit keer sneeuw. We moesten er 6 uur op onze aansluiting wachten.

Op het vliegveld grote ruimtes met aan elke tafel een i-pad. Kon je o.a. eten mee bestellen. Indiaas.  

Donderdag 16 waren we om een uur of 11 weer op Schiphol. Joop stond als altijd op ons te wachten. We boffen met zo'n goede vriend! 

Bijzonderheden: 
ruim 1000 foto's gemaakt, ongeveer 300 gebruikt. 
Ongeveer 2000 kilometer gereden. 
74 soorten (bijna allemaal tot op dan onbekende) vogels gezien/gedetermineerd en 7 of 8 waarvan ik niet weet wat het was. Een naam vanmorgen van Cor gekregen.
Tig bloemen, planten, struiken en bomen bekeken  (zie erna-midi), waarvan een stuk of 10 nog zonder naam.  
Niet ziek geworden, water uit de kraan kun je drinken, in Congo Bongo en omstreken wat voorzichtiger zijn.
Ko heeft wat last van zijn keel gehad en vond prima pillen bij een apotheek, waardoor het snel weer OK was. 
Ik vond het eten erg lekker: rijst met bonen is prima voer, vooral als de rijst goed klaargemaakt is en dat was overal zo. Beter dan bij de gemiddelde Nederlandse Chinees of zo.



We hebben gereisd met Edventure (www.edventure.biz)  een Nederlands reisagentschap, gevestigd in Costa Rica en zijn daar dik tevreden over. Alles klopte, behalve op het eind van de routebeschrijving naar Sarapiqui: vlak vóór Puerte Viejo, was de ijssalon overgenomen door een tandarts, wel weer vlak bij het kerkhof, haha! En toen we lastig waren en een dag eerder wilden vertrekken uit de koude bergen, was e.e.a. zó geregeld!
Op 22 februari 2021 agekeken
naar boven